BWBR0025605
Geldig vanaf 2024-09-13
Artikel 2
Regeling periodieke registratie Wet BIG
1. Voor de opname van een aantekening in een van de registers op basis van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de wetis een periodiek registratie certificaat vereist waaruit blijkt dat betrokkene beschikt over de voor het betrokken beroep benodigde kerncompetenties, genoemd in de artikelen 4, 5, 6a tot en met 6h. Het periodiek registratie certificaat is op het moment van het indienen van de aanvrage voor opname van een aantekening in een van de registers op basis van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de wet, niet ouder dan twee jaar.
2. Het periodiek registratie certificaat wordt verstrekt door een onderwijsinstelling die opleidingen verzorgt die leiden tot een getuigschrift dat recht geeft op inschrijving in het register van fysiotherapeut, verloskundige, verpleegkundige, arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut physician assistant, orthopedagoog-generalist of klinisch technoloog. Het periodiek registratie certificaat wordt verstrekt indien blijkt dat de beroepsbeoefenaar beschikt over alle voor het betrokken beroep benodigde kerncompetenties, genoemd in de artikelen 4, 5, 6a tot en met 6h, op het niveau van de initiële opleiding die recht geeft op inschrijving in een van de hiervoor genoemde registers.
3. De te volgen scholing houdt verband met het beroep waarvoor een aantekening in het register wordt aangevraagd en is gericht op het verwerven van kennis, inzicht en vaardigheden in de kerncompetenties, genoemd in de artikelen 4, 5, 6a tot en met 6h.
4. Bij de aanvraag tot opneming in het register van een aantekening van de datum bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de wetoverlegt betrokkene het periodiek registratie certificaat, dat tenminste gegevens bevat met betrekking tot:
a. de naam, de geboortedatum en indien aanwezig het BIG-registratienummer van de betrokkene;
b. een verklaring dat de betrokkene beschikt over alle voor het betrokken beroep benodigde kerncompetenties op het niveau van de initiële opleiding, die leidt tot een getuigschrift dat recht geeft op inschrijving in het register;
c. de datum van afgifte van het certificaat.
5. Voor de opname van een aantekening in een van de registers op basis van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de wet, kan in plaats van een periodiek registratie certificaat worden overgelegd:
a. een bewijs van inschrijving in het register van een specialistenopleiding ingeval het een opleiding betreft die leidt tot een wettelijk erkende specialistentitel als bedoeld in artikel 14, eerste lid van de wet, dan wel
b. een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene met goed gevolg het examen ter afsluiting van een opleiding tot verpleegkundige heeft afgelegd die is opgenomen in het Centrale register voor opleidingen hoger onderwijs, genoemd in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Het hiervoor vermelde getuigschrift is op het moment van het indienen van de aanvrage voor opname van een aantekening in het register van verpleegkundigen op basis van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de wet, niet ouder dan twee jaar.
2. Het periodiek registratie certificaat wordt verstrekt door een onderwijsinstelling die opleidingen verzorgt die leiden tot een getuigschrift dat recht geeft op inschrijving in het register van fysiotherapeut, verloskundige, verpleegkundige, arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut physician assistant, orthopedagoog-generalist of klinisch technoloog. Het periodiek registratie certificaat wordt verstrekt indien blijkt dat de beroepsbeoefenaar beschikt over alle voor het betrokken beroep benodigde kerncompetenties, genoemd in de artikelen 4, 5, 6a tot en met 6h, op het niveau van de initiële opleiding die recht geeft op inschrijving in een van de hiervoor genoemde registers.
3. De te volgen scholing houdt verband met het beroep waarvoor een aantekening in het register wordt aangevraagd en is gericht op het verwerven van kennis, inzicht en vaardigheden in de kerncompetenties, genoemd in de artikelen 4, 5, 6a tot en met 6h.
4. Bij de aanvraag tot opneming in het register van een aantekening van de datum bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de wetoverlegt betrokkene het periodiek registratie certificaat, dat tenminste gegevens bevat met betrekking tot:
a. de naam, de geboortedatum en indien aanwezig het BIG-registratienummer van de betrokkene;
b. een verklaring dat de betrokkene beschikt over alle voor het betrokken beroep benodigde kerncompetenties op het niveau van de initiële opleiding, die leidt tot een getuigschrift dat recht geeft op inschrijving in het register;
c. de datum van afgifte van het certificaat.
5. Voor de opname van een aantekening in een van de registers op basis van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de wet, kan in plaats van een periodiek registratie certificaat worden overgelegd:
a. een bewijs van inschrijving in het register van een specialistenopleiding ingeval het een opleiding betreft die leidt tot een wettelijk erkende specialistentitel als bedoeld in artikel 14, eerste lid van de wet, dan wel
b. een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene met goed gevolg het examen ter afsluiting van een opleiding tot verpleegkundige heeft afgelegd die is opgenomen in het Centrale register voor opleidingen hoger onderwijs, genoemd in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Het hiervoor vermelde getuigschrift is op het moment van het indienen van de aanvrage voor opname van een aantekening in het register van verpleegkundigen op basis van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van de wet, niet ouder dan twee jaar.