BWBR0040886
Geldig vanaf 2018-05-15
Artikel 5
Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied physician assistant
1. Tot het gebied van deskundigheid van de physician assistant wordt gerekend het verrichten van handelingen op het deelgebied van de geneeskunst waarbinnen de physician assistant is opgeleid. Deze handelingen omvatten het onderzoeken, behandelen en begeleiden van patiënten met veel voorkomende aandoeningen binnen dat deelgebied van de geneeskunst.
2. Tot de handelingen, bedoeld in het eerste lid, behoren:
a. het onderzoeken en beoordelen van een patiënt en het op basis van de verkregen gegevens stellen van een diagnose en het opstellen van een behandelplan;
b. het uitvoeren van het behandelplan en het daartoe verrichten van gangbare medische handelingen;
c. het verrichten van handelingen waartoe de physician assistant op grond van artikel 36 van de wet bevoegd is;
d. het stellen van indicaties en het herkennen van complicaties van medische handelingen en verrichtingen en het daarop anticiperen;
e. het verlenen van spoedeisende hulp, het bewaken van vitale lichaamsfuncties en waar nodig het treffen van maatregelen ter herstel daarvan;
f. het verwijzen naar, consulteren van en samenwerken met artsen en met andere gezondheidszorgmedewerkers;
g. het geven van advies, voorlichting en het verlenen van preventieve zorg.
3. De handelingen, bedoeld in het tweede lid, onder c, worden uitsluitend verricht voor zover het betreft:
a. handelingen van een beperkte complexiteit;
b. routinematige handelingen;
c. handelingen waarvan de risico’s te overzien zijn;
d. handelingen die worden uitgeoefend volgens landelijk geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen.
2. Tot de handelingen, bedoeld in het eerste lid, behoren:
a. het onderzoeken en beoordelen van een patiënt en het op basis van de verkregen gegevens stellen van een diagnose en het opstellen van een behandelplan;
b. het uitvoeren van het behandelplan en het daartoe verrichten van gangbare medische handelingen;
c. het verrichten van handelingen waartoe de physician assistant op grond van artikel 36 van de wet bevoegd is;
d. het stellen van indicaties en het herkennen van complicaties van medische handelingen en verrichtingen en het daarop anticiperen;
e. het verlenen van spoedeisende hulp, het bewaken van vitale lichaamsfuncties en waar nodig het treffen van maatregelen ter herstel daarvan;
f. het verwijzen naar, consulteren van en samenwerken met artsen en met andere gezondheidszorgmedewerkers;
g. het geven van advies, voorlichting en het verlenen van preventieve zorg.
3. De handelingen, bedoeld in het tweede lid, onder c, worden uitsluitend verricht voor zover het betreft:
a. handelingen van een beperkte complexiteit;
b. routinematige handelingen;
c. handelingen waarvan de risico’s te overzien zijn;
d. handelingen die worden uitgeoefend volgens landelijk geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen.