BWBR0023085
Geldig vanaf 2012-03-02
Artikel 4.3.5
Regeling bodemkwaliteit
1. Een kaart van de actuele kwaliteit van de bodem als bedoeld in artikel 47, onder a, of 48, onder a, of 57, tweede lid, van het besluitwordt opgesteld met inachtneming van de richtlijnen, genoemd in bijlage D, onderdeel II, en de eisen, gesteld in bijlage M.
2. Een kaart als bedoeld in het eerste lid heeft een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar. De geldigheidsduur kan worden verlengd.
3. Het bevoegd gezag zendt de geografische bronbestanden van een kaart als bedoeld in het eerste lid, uiterlijk twee maanden na vaststelling aan Bodem +.
4. Op grond van een bodemkwaliteitskaart kan een milieuhygiënische verklaring worden afgegeven van:
a. de kwaliteit van de bodem;
b. de grond of baggerspecie.
5. Indien het bevoegd gezag een bodemkwaliteitskaart vaststelt met een geldigheidsduur korter dan vijf jaar kan een milieuhygiënische verklaring als bedoeld in het vierde lid alleen worden afgegeven met als einddatum de vastgestelde geldigheidsduur van de kaart.
6. Het bepaalde in het vierde lid, aanhef en onder a, geldt alleen, indien:
a. uit een vooronderzoek overeenkomstig NEN 5725, voor zover het de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, betreft, of NEN 5717, voor zover het de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam betreft, is gebleken dat de bodem waarop de milieuhygiënische verklaring betrekking heeft, is gelegen binnen de bodemkwaliteitszone die op de bodemkwaliteitskaart is aangegeven, en
b. uit een vooronderzoek overeenkomstig NEN 5725, onderscheidenlijk NEN 5717, is gebleken dat de bodem waarop de milieuhygiënische verklaring betrekking heeft niet afwijkt van de kwaliteit die op de bodemkwaliteitskaart is aangegeven.
7. Het bepaalde in het vierde lid, aanhef en onder b, geldt alleen, indien:
a. de toepassingslocatie en de plaats van herkomst van de grond of baggerspecie gelegen zijn binnen het gebied waarop de bodemkwaliteitskaart betrekking heeft, of
b. de grond of baggerspecie afkomstig is van een bodembeheergebied, dat op grond van artikel 47 van het besluit als basis kan dienen voor milieuhygiënische verklaringen, en daarbinnen wordt toegepast, en
c. voor alle gemeten stoffen de P95 van de bodemkwaliteitszone van de plaats van herkomst van de grond of baggerspecie op de toepassingslocatie niet leidt tot een overschrijding van de waarden, bedoeld in artikel 44, tweede lid, onder c, van het besluit, hetgeen wordt berekend met behulp van de risicomodule, bedoeld in artikel 4.8.1,
d. uit een vooronderzoek overeenkomstig NEN 5725, onderscheidenlijk NEN 5717, is gebleken dat de partij grond of baggerspecie, waarop de milieuhygiënische verklaring betrekking heeft, afkomstig is uit het toepassingsgebied dat op de bodemkwaliteitskaart is aangegeven, en
e. uit een vooronderzoek overeenkomstig NEN 5725, onderscheidenlijk NEN 5717, is gebleken dat de partij grond of baggerspecie waarop de milieuhygiënische verklaring betrekking heeft, niet afwijkt van de kwaliteit die op de bodemkwaliteitskaart is aangegeven.
2. Een kaart als bedoeld in het eerste lid heeft een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar. De geldigheidsduur kan worden verlengd.
3. Het bevoegd gezag zendt de geografische bronbestanden van een kaart als bedoeld in het eerste lid, uiterlijk twee maanden na vaststelling aan Bodem +.
4. Op grond van een bodemkwaliteitskaart kan een milieuhygiënische verklaring worden afgegeven van:
a. de kwaliteit van de bodem;
b. de grond of baggerspecie.
5. Indien het bevoegd gezag een bodemkwaliteitskaart vaststelt met een geldigheidsduur korter dan vijf jaar kan een milieuhygiënische verklaring als bedoeld in het vierde lid alleen worden afgegeven met als einddatum de vastgestelde geldigheidsduur van de kaart.
6. Het bepaalde in het vierde lid, aanhef en onder a, geldt alleen, indien:
a. uit een vooronderzoek overeenkomstig NEN 5725, voor zover het de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, betreft, of NEN 5717, voor zover het de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam betreft, is gebleken dat de bodem waarop de milieuhygiënische verklaring betrekking heeft, is gelegen binnen de bodemkwaliteitszone die op de bodemkwaliteitskaart is aangegeven, en
b. uit een vooronderzoek overeenkomstig NEN 5725, onderscheidenlijk NEN 5717, is gebleken dat de bodem waarop de milieuhygiënische verklaring betrekking heeft niet afwijkt van de kwaliteit die op de bodemkwaliteitskaart is aangegeven.
7. Het bepaalde in het vierde lid, aanhef en onder b, geldt alleen, indien:
a. de toepassingslocatie en de plaats van herkomst van de grond of baggerspecie gelegen zijn binnen het gebied waarop de bodemkwaliteitskaart betrekking heeft, of
b. de grond of baggerspecie afkomstig is van een bodembeheergebied, dat op grond van artikel 47 van het besluit als basis kan dienen voor milieuhygiënische verklaringen, en daarbinnen wordt toegepast, en
c. voor alle gemeten stoffen de P95 van de bodemkwaliteitszone van de plaats van herkomst van de grond of baggerspecie op de toepassingslocatie niet leidt tot een overschrijding van de waarden, bedoeld in artikel 44, tweede lid, onder c, van het besluit, hetgeen wordt berekend met behulp van de risicomodule, bedoeld in artikel 4.8.1,
d. uit een vooronderzoek overeenkomstig NEN 5725, onderscheidenlijk NEN 5717, is gebleken dat de partij grond of baggerspecie, waarop de milieuhygiënische verklaring betrekking heeft, afkomstig is uit het toepassingsgebied dat op de bodemkwaliteitskaart is aangegeven, en
e. uit een vooronderzoek overeenkomstig NEN 5725, onderscheidenlijk NEN 5717, is gebleken dat de partij grond of baggerspecie waarop de milieuhygiënische verklaring betrekking heeft, niet afwijkt van de kwaliteit die op de bodemkwaliteitskaart is aangegeven.