BWBR0023085
Geldig vanaf 2012-03-02
Artikel 3.5.2
Regeling bodemkwaliteit
1. De producent toont met een toelatingsonderzoek aan dat de bouwstof voldoet aan artikel 3.5.1.
2. Het toelatingsonderzoek wordt uitgevoerd onder toezicht van een instelling die is erkend voor het afgeven van kwaliteitsverklaringen op basis van de desbetreffende nationale BRL, of op basis van een nationale BRL voor een vergelijkbare bouwstof.
3. Bij het toelatingsonderzoek worden ten minste tien partijen onderzocht door middel van een partijkeuring als bedoeld in paragraaf 3.4. Hierbij geldt dat:
a. de partijen qua grootte, productieproces, grondstoffen, productieperiode en afzet waarin het toelatingsonderzoek wordt uitgevoerd, representatief zijn voor de productie en evenredig over de productieperiode zijn verdeeld, en
b. het bepaalde onder a. blijkt uit een rapportage.
4. Het is toegestaan om gebruik te maken van partijkeuringen uit een eerder toelatingsonderzoek en van eerdere verificatiekeuringen in het kader van een erkende kwaliteitsverklaring.
5. De keuringen, bedoeld in het vorige lid, kunnen zijn uitgevoerd in gemeenschappelijke toelatingsonderzoeken en verificatie, mits de producent:
a. ten minste één partijkeuring uitvoert die betrekking heeft op de eigen bouwstof, en
b. onderbouwt dat de productiewijze en de grondstoffen voldoende aansluiten op die van de gemeenschappelijke cluster.
6. De monsterneming voor de partijkeuring, bedoeld in het derde lid, kan door de producent worden uitgevoerd volgens de daarvoor geldende voorschriften in bijlage C. Bij het toelatingsonderzoek wordt dit gecontroleerd.
7. Indien uit het toelatingsonderzoek blijkt dat aan artikel 3.5.1is voldaan, geeft de certificeringsinstelling een eenmalige verklaring af dat de producent onder de gegeven omstandigheden een fabrikant-eigenverklaring kan afgeven.
8. De producent meldt het gebruik van de fabrikant-eigenverklaring uiterlijk binnen een maand aan Onze Minister en stuurt daarbij de verklaring van de certificeringsinstelling mee.
9. Onze Minister draagt zorg voor de bekendmaking van de producenten die een fabrikant-eigenverklaring mogen afgeven voor de daarbij genoemde bouwstoffen.
2. Het toelatingsonderzoek wordt uitgevoerd onder toezicht van een instelling die is erkend voor het afgeven van kwaliteitsverklaringen op basis van de desbetreffende nationale BRL, of op basis van een nationale BRL voor een vergelijkbare bouwstof.
3. Bij het toelatingsonderzoek worden ten minste tien partijen onderzocht door middel van een partijkeuring als bedoeld in paragraaf 3.4. Hierbij geldt dat:
a. de partijen qua grootte, productieproces, grondstoffen, productieperiode en afzet waarin het toelatingsonderzoek wordt uitgevoerd, representatief zijn voor de productie en evenredig over de productieperiode zijn verdeeld, en
b. het bepaalde onder a. blijkt uit een rapportage.
4. Het is toegestaan om gebruik te maken van partijkeuringen uit een eerder toelatingsonderzoek en van eerdere verificatiekeuringen in het kader van een erkende kwaliteitsverklaring.
5. De keuringen, bedoeld in het vorige lid, kunnen zijn uitgevoerd in gemeenschappelijke toelatingsonderzoeken en verificatie, mits de producent:
a. ten minste één partijkeuring uitvoert die betrekking heeft op de eigen bouwstof, en
b. onderbouwt dat de productiewijze en de grondstoffen voldoende aansluiten op die van de gemeenschappelijke cluster.
6. De monsterneming voor de partijkeuring, bedoeld in het derde lid, kan door de producent worden uitgevoerd volgens de daarvoor geldende voorschriften in bijlage C. Bij het toelatingsonderzoek wordt dit gecontroleerd.
7. Indien uit het toelatingsonderzoek blijkt dat aan artikel 3.5.1is voldaan, geeft de certificeringsinstelling een eenmalige verklaring af dat de producent onder de gegeven omstandigheden een fabrikant-eigenverklaring kan afgeven.
8. De producent meldt het gebruik van de fabrikant-eigenverklaring uiterlijk binnen een maand aan Onze Minister en stuurt daarbij de verklaring van de certificeringsinstelling mee.
9. Onze Minister draagt zorg voor de bekendmaking van de producenten die een fabrikant-eigenverklaring mogen afgeven voor de daarbij genoemde bouwstoffen.