BWBR0023085
Geldig vanaf 2012-03-02
Artikel 4.11.1
Regeling bodemkwaliteit
1. De tabellen 1 en 2 van bijlage Bbevatten de maximale waarden voor:
a. het verspreiden van baggerspecie over het aangrenzende perceel,
b. het verspreiden van baggerspecie in een zoet oppervlaktewaterlichaam;
c. het verspreiden van baggerspecie in een zout oppervlaktewaterlichaam, en
d. het tijdelijk opslaan van baggerspecie op percelen gelegen naast de watergang waaruit de baggerspecie afkomstig is.
2. Bij de toetsing aan de maximale waarden, bedoeld in het eerste lid, onder c, mogen de gehalten van de gemeten stoffen voor ten hoogste twee niet-prioritaire stoffen hoger zijn dan de maximale waarden, waarbij de verhoging per stof ten hoogste 50% ten opzichte van de maximale waarde voor verspreiding van baggerspecie in zout water bedraagt.
3. De stoffen behorend tot de groep van de PCB’s zijn uitgezonderd van het tweede lid.
a. het verspreiden van baggerspecie over het aangrenzende perceel,
b. het verspreiden van baggerspecie in een zoet oppervlaktewaterlichaam;
c. het verspreiden van baggerspecie in een zout oppervlaktewaterlichaam, en
d. het tijdelijk opslaan van baggerspecie op percelen gelegen naast de watergang waaruit de baggerspecie afkomstig is.
2. Bij de toetsing aan de maximale waarden, bedoeld in het eerste lid, onder c, mogen de gehalten van de gemeten stoffen voor ten hoogste twee niet-prioritaire stoffen hoger zijn dan de maximale waarden, waarbij de verhoging per stof ten hoogste 50% ten opzichte van de maximale waarde voor verspreiding van baggerspecie in zout water bedraagt.
3. De stoffen behorend tot de groep van de PCB’s zijn uitgezonderd van het tweede lid.