BWBR0023085
Geldig vanaf 2012-03-02
Artikel 4.1.1
Regeling bodemkwaliteit
1. Het percentage organisch stof in grond of baggerspecie wordt bepaald volgens NEN 5754.
2. De hoeveelheid minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en de van nature in de bodem en bodem of oever van een oppervlaktelichaam voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter in grond of baggerspecie worden bepaald volgens NEN 5753 en NEN 5104.
3. De gehalten voor het toetsen aan de maximale waarden worden gebaseerd op het totaal, zijnde de gemeten gehalten, inclusief schelpen en grind. Indien de van nature in de bodem en bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam voorkomende massa schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter niet wordt betrokken bij het meten van het totaal gehalte, wordt het totaal gehalte bepaald op basis van de massafracties van het deel waarop het gemeten gehalte betrekking heeft plus het deel schelpen en grind.
2. De hoeveelheid minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en de van nature in de bodem en bodem of oever van een oppervlaktelichaam voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter in grond of baggerspecie worden bepaald volgens NEN 5753 en NEN 5104.
3. De gehalten voor het toetsen aan de maximale waarden worden gebaseerd op het totaal, zijnde de gemeten gehalten, inclusief schelpen en grind. Indien de van nature in de bodem en bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam voorkomende massa schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter niet wordt betrokken bij het meten van het totaal gehalte, wordt het totaal gehalte bepaald op basis van de massafracties van het deel waarop het gemeten gehalte betrekking heeft plus het deel schelpen en grind.