BWBR0023085
Geldig vanaf 2012-03-02
Artikel 4.14.2
Regeling bodemkwaliteit
1. Bij toepassing van tarragrond van aardappelen gelden de achtergrondwaarden en de maximale waarden voor de kwaliteitsklassen wonen en industrie niet voor de stof monochlooranilinen (som), opgenomen in tabel 1 van bijlage B.
2. Tarragrond van aardappelen die zijn behandeld met chloorprofam wordt uitsluitend toegepast op de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, boven het maaiveld, voor zover niet gelegen in een Natura 2000-gebied of in de ecologische hoofdstructuur, bedoeld in artikel 2.10.1 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.
3. De toegepaste tarragrond is schoon en onverdacht en bevat geen toevoegingen, met uitzondering van chloorprofam overeenkomstig de ingevolge de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biocidentoegestane dosering.
2. Tarragrond van aardappelen die zijn behandeld met chloorprofam wordt uitsluitend toegepast op de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, boven het maaiveld, voor zover niet gelegen in een Natura 2000-gebied of in de ecologische hoofdstructuur, bedoeld in artikel 2.10.1 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.
3. De toegepaste tarragrond is schoon en onverdacht en bevat geen toevoegingen, met uitzondering van chloorprofam overeenkomstig de ingevolge de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biocidentoegestane dosering.