BWBR0023085
Geldig vanaf 2012-03-02
Artikel 4.2.1
Regeling bodemkwaliteit
1. De gemeten gehalten worden voor lutum en organisch stof gecorrigeerd volgens de rekenregels in bijlage G, onder III, om te bepalen of de kwaliteit van de grond of baggerspecie, die op of in de bodem wordt toegepast, een van de volgende waarden overschrijdt:
a. de achtergrondwaarden, bedoeld in de tabellen 1 en 2 in bijlage B;
b. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen of industrie, bedoeld in tabel 1 van bijlage B;
c. de emissietoetswaarden, bedoeld in de tabellen 1 en 2 in bijlage B;
d. de lokale maximale waarden, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit.
2. De gemeten gehalten worden voor lutum en organisch stof gecorrigeerd, volgens de rekenregels in bijlage G, onder III, om te bepalen of de kwaliteit van de grond of baggerspecie, die wordt toegepast in een oppervlaktewaterlichaam, een van de volgende waarden overschrijdt:
a. de achtergrondwaarden, bedoeld in de tabellen 1 en 2 in bijlage B;
b. de maximale waarden voor kwaliteitsklasse A, bedoeld in tabel 2 van bijlage B;
c. de maximale waarden voor kwaliteitsklasse B, zijnde de interventiewaarden voor de bodem of oever van oppervlaktewaterlichamen, bedoeld in tabel 2 van bijlage B,
d. de lokale maximale waarden, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van het besluit;
e. de emissietoetswaarden, bedoeld in de tabellen 1 en 2 in bijlage B.
3. In afwijking van het tweede lid, worden de gemeten gehalten voor lutum en organisch stof gecorrigeerd volgens de rekenregels in onderdeel III van bijlage G, om te bepalen of de kwaliteit van de baggerspecie, die wordt toepast als bedoeld in artikel 35 onder f, g en i van het besluit, een van de volgende waarden overschrijdt:
a. de maximale waarden voor het verspreiden van baggerspecie over het aangrenzende perceel, bedoeld in tabel 1 van bijlage B;
b. de maximale waarden voor het verspreiden van baggerspecie in een zoet oppervlaktewaterlichaam, bedoeld in tabel 2 van bijlage B. Voor stoffen waarvoor geen maximale waarde is opgenomen geldt artikel 4.2.2, vierde en vijfde lid.
a. de achtergrondwaarden, bedoeld in de tabellen 1 en 2 in bijlage B;
b. de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse wonen of industrie, bedoeld in tabel 1 van bijlage B;
c. de emissietoetswaarden, bedoeld in de tabellen 1 en 2 in bijlage B;
d. de lokale maximale waarden, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit.
2. De gemeten gehalten worden voor lutum en organisch stof gecorrigeerd, volgens de rekenregels in bijlage G, onder III, om te bepalen of de kwaliteit van de grond of baggerspecie, die wordt toegepast in een oppervlaktewaterlichaam, een van de volgende waarden overschrijdt:
a. de achtergrondwaarden, bedoeld in de tabellen 1 en 2 in bijlage B;
b. de maximale waarden voor kwaliteitsklasse A, bedoeld in tabel 2 van bijlage B;
c. de maximale waarden voor kwaliteitsklasse B, zijnde de interventiewaarden voor de bodem of oever van oppervlaktewaterlichamen, bedoeld in tabel 2 van bijlage B,
d. de lokale maximale waarden, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van het besluit;
e. de emissietoetswaarden, bedoeld in de tabellen 1 en 2 in bijlage B.
3. In afwijking van het tweede lid, worden de gemeten gehalten voor lutum en organisch stof gecorrigeerd volgens de rekenregels in onderdeel III van bijlage G, om te bepalen of de kwaliteit van de baggerspecie, die wordt toepast als bedoeld in artikel 35 onder f, g en i van het besluit, een van de volgende waarden overschrijdt:
a. de maximale waarden voor het verspreiden van baggerspecie over het aangrenzende perceel, bedoeld in tabel 1 van bijlage B;
b. de maximale waarden voor het verspreiden van baggerspecie in een zoet oppervlaktewaterlichaam, bedoeld in tabel 2 van bijlage B. Voor stoffen waarvoor geen maximale waarde is opgenomen geldt artikel 4.2.2, vierde en vijfde lid.