BWBR0023085
Geldig vanaf 2012-03-02
Artikel 2.1
Regeling bodemkwaliteit
1. Als werkzaamheden als bedoeld in het besluitworden aangewezen de werkzaamheden die behoren tot de volgende categorieën:
a. aanleg van bodembeschermende voorzieningen;
b. afgeven van kwaliteitsverklaringen op grond van een nationale BRL;
c. analyse van bouwstoffen, grond of baggerspecie ter voldoening aan een verplichting die geldt bij of krachtens het besluit;
d. analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek bij een verkennend onderzoek, een orienterend onderzoek, een nader onderzoek of een saneringsonderzoek als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming of een vergelijkbaar onderzoek van de bodem, dan wel bij een onderzoek in het kader van een ingreep in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam;
e. bewerking van verontreinigde grond of baggerspecie, zijnde de procesmatige ex situ reiniging en bewerking daarvan, met uitzondering van het ontwateren van baggerspecie waarvoor op grond van de Wet milieubeheer geen vergunning is vereist;
f. certificering van personen voor werkzaamheden die in de uitoefening van een bedrijf worden uitgevoerd;
g. periodieke inspectie van bodembeschermende voorzieningen;
h. milieukundige begeleiding die bestaat uit verificatie en processturing bij een sanering van bodem of uit processturing bij een ingreep in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 1.1. van de Waterwet, waarbij meer dan 1000 m3 van die bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam de interventiewaarden, bedoeld in tabel 2 van bijlage B, overschrijdt;
i. monsterneming bij partijkeuringen ter voldoening aan een verplichting die geldt bij of krachtens het besluit;
j. produceren van bouwstoffen, grond of baggerspecie die is bestemd voor toepassing in Nederland en waarvoor een kwaliteitsverklaring is afgegeven die erkend is volgens de eisen van de desbetreffende bij categorie 10 in bijlage C aangewezen nationale BRL en de eisen in het document HCB/2009-200 van de Harmonisatie Commissie Bouw, dat is opgenomen in bijlage D;
k. uitvoering van een sanering van de bodem, dan wel een ingreep in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam waarbij meer dan 1000 m3 van die bodem of oever van dat oppervlaktewaterlichaam de interventiewaarden, bedoeld in tabel 2 van bijlage B, overschrijdt;
l. veldwerk, dat bestaat uit het plaatsen van boringen en peilbuizen ten behoeve van het nemen van grond- en grondwatermonsters, het nemen van grond- en grondwatermonsters, locatie-inspectie of maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in de bodem of het uitvoeren van vergelijkbare onderzoeken in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam;
m. verwijderen, onklaar maken, repareren en installeren van ondergrondse opslagtanks, leidingen en appendages;
n. beoordeling en keuring van ondergrondse opslagtanks, leidingen en appendages en daarbij behorende voorzieningen;
o. het inspecteren van de aanleg van een werk met isolerende voorzieningen als bedoeld in artikel 3.9.6, eerste lid;
p. aanbrengen van isolerende voorzieningen als bedoeld in artikel 3.9.6, eerste lid;
q. controle van de staat van een werk, als bedoeld in artikel 3.9.8, eerste lid, onder c;
r. samenvoegen van verschillende partijen grond of baggerspecie in de zin van artikel 4.3.2;
s. mechanisch boren als beschreven in BRL SIKB 2100 en Protocol 2101;
t. keuren van mestbassins en afdekkingen;
u. ontwerpen, installeren, beheren en onderhouden van het ondergrondse deel van bodemenergiesystemen;
v. ontwerpen, installeren en beheren van het bovengrondse deel van bodemenergiesystemen.
2. De handelingen, bedoeld in het eerste lid, onder a, d, g, h, k, l, m, n en t, zijn alleen aangemerkt als werkzaamheid voor zover ze worden uitgevoerd:
a. ter verkrijging van een beschikking die op grond van een bij of krachtens een in artikel 21, tweede lid, van het besluit genoemd wettelijk voorschrift wordt gegeven;
b. ter voldoening aan een bij of krachtens artikel 22, tweede lid, van het besluit geldende verplichting, artikel 13 van de Wet bodembescherming of artikel 6.8 van de Waterwet;
c. ter voorbereiding van het opstellen van een beheerplan als bedoeld in artikel 4.6 van de Waterwet of een projectplan als bedoeld in artikel 5.4 van die wet, of ter uitvoering van bedoeld beheerplan of projectplan, of
d. ter voldoening aan een wettelijk voorschrift voorzover bij of krachtens dat voorschrift is bepaald dat de werkzaamheid wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die op grond van het besluit daartoe is erkend.
3. De handeling, bedoeld in het eerste lid, onder k, wordt niet aangemerkt als werkzaamheid, indien artikel 27of 30 van de Wet bodembeschermingof artikel 5.15of 6.9 van de Waterwetdaarop van toepassing is en onverwijld maatregelen moeten worden genomen om de verontreiniging of de aantasting van de bodem en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken.
4. De werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, zijn beschreven in de normdocumenten, aangewezen in artikel 2.7.
a. aanleg van bodembeschermende voorzieningen;
b. afgeven van kwaliteitsverklaringen op grond van een nationale BRL;
c. analyse van bouwstoffen, grond of baggerspecie ter voldoening aan een verplichting die geldt bij of krachtens het besluit;
d. analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek bij een verkennend onderzoek, een orienterend onderzoek, een nader onderzoek of een saneringsonderzoek als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming of een vergelijkbaar onderzoek van de bodem, dan wel bij een onderzoek in het kader van een ingreep in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam;
e. bewerking van verontreinigde grond of baggerspecie, zijnde de procesmatige ex situ reiniging en bewerking daarvan, met uitzondering van het ontwateren van baggerspecie waarvoor op grond van de Wet milieubeheer geen vergunning is vereist;
f. certificering van personen voor werkzaamheden die in de uitoefening van een bedrijf worden uitgevoerd;
g. periodieke inspectie van bodembeschermende voorzieningen;
h. milieukundige begeleiding die bestaat uit verificatie en processturing bij een sanering van bodem of uit processturing bij een ingreep in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 1.1. van de Waterwet, waarbij meer dan 1000 m3 van die bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam de interventiewaarden, bedoeld in tabel 2 van bijlage B, overschrijdt;
i. monsterneming bij partijkeuringen ter voldoening aan een verplichting die geldt bij of krachtens het besluit;
j. produceren van bouwstoffen, grond of baggerspecie die is bestemd voor toepassing in Nederland en waarvoor een kwaliteitsverklaring is afgegeven die erkend is volgens de eisen van de desbetreffende bij categorie 10 in bijlage C aangewezen nationale BRL en de eisen in het document HCB/2009-200 van de Harmonisatie Commissie Bouw, dat is opgenomen in bijlage D;
k. uitvoering van een sanering van de bodem, dan wel een ingreep in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam waarbij meer dan 1000 m3 van die bodem of oever van dat oppervlaktewaterlichaam de interventiewaarden, bedoeld in tabel 2 van bijlage B, overschrijdt;
l. veldwerk, dat bestaat uit het plaatsen van boringen en peilbuizen ten behoeve van het nemen van grond- en grondwatermonsters, het nemen van grond- en grondwatermonsters, locatie-inspectie of maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in de bodem of het uitvoeren van vergelijkbare onderzoeken in de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam;
m. verwijderen, onklaar maken, repareren en installeren van ondergrondse opslagtanks, leidingen en appendages;
n. beoordeling en keuring van ondergrondse opslagtanks, leidingen en appendages en daarbij behorende voorzieningen;
o. het inspecteren van de aanleg van een werk met isolerende voorzieningen als bedoeld in artikel 3.9.6, eerste lid;
p. aanbrengen van isolerende voorzieningen als bedoeld in artikel 3.9.6, eerste lid;
q. controle van de staat van een werk, als bedoeld in artikel 3.9.8, eerste lid, onder c;
r. samenvoegen van verschillende partijen grond of baggerspecie in de zin van artikel 4.3.2;
s. mechanisch boren als beschreven in BRL SIKB 2100 en Protocol 2101;
t. keuren van mestbassins en afdekkingen;
u. ontwerpen, installeren, beheren en onderhouden van het ondergrondse deel van bodemenergiesystemen;
v. ontwerpen, installeren en beheren van het bovengrondse deel van bodemenergiesystemen.
2. De handelingen, bedoeld in het eerste lid, onder a, d, g, h, k, l, m, n en t, zijn alleen aangemerkt als werkzaamheid voor zover ze worden uitgevoerd:
a. ter verkrijging van een beschikking die op grond van een bij of krachtens een in artikel 21, tweede lid, van het besluit genoemd wettelijk voorschrift wordt gegeven;
b. ter voldoening aan een bij of krachtens artikel 22, tweede lid, van het besluit geldende verplichting, artikel 13 van de Wet bodembescherming of artikel 6.8 van de Waterwet;
c. ter voorbereiding van het opstellen van een beheerplan als bedoeld in artikel 4.6 van de Waterwet of een projectplan als bedoeld in artikel 5.4 van die wet, of ter uitvoering van bedoeld beheerplan of projectplan, of
d. ter voldoening aan een wettelijk voorschrift voorzover bij of krachtens dat voorschrift is bepaald dat de werkzaamheid wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die op grond van het besluit daartoe is erkend.
3. De handeling, bedoeld in het eerste lid, onder k, wordt niet aangemerkt als werkzaamheid, indien artikel 27of 30 van de Wet bodembeschermingof artikel 5.15of 6.9 van de Waterwetdaarop van toepassing is en onverwijld maatregelen moeten worden genomen om de verontreiniging of de aantasting van de bodem en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken.
4. De werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, zijn beschreven in de normdocumenten, aangewezen in artikel 2.7.