BWBR0022174
Geldig vanaf 2009-07-11
Artikel 7.3
Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds
1. De subsidie bedraagt:
a. 90 procent van de subsidiabele kosten, indien de subsidieaanvraag een project betreft dat valt onder een of meer van de doelen, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, b of d, van de wet;
b. 40 procent van de subsidiabele kosten indien de subsidieaanvraag een project betreft dat valt onder het doel, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de wet.
2. Projecten komen in aanmerking voor subsidie indien het toe te kennen subsidiebedrag niet hoger is dan:
a. € 200 000 per zelfstandige onderneming;
b. € 100 000 per zelfstandige ondernemer, indien de subsidieaanvrager deel uitmaakt van de sector wegvervoer.
3. De subsidieaanvrager legt bij de subsidieaanvraag een de-minimisverklaring overeenkomstig het model in de bijlagebij deze regeling over. Ingeval van een subsidieaanvraag namens een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, derde lid, legt elke aan het samenwerkingsverband deelnemende onderneming een dergelijke verklaring over.
4. Indien een onderneming in het lopende belastingjaar of in de twee voorgaande belastingjaren enige andere vorm van de-minimissteun heeft ontvangen, dan wordt de subsidie zodanig lager vastgesteld dat de subsidie opgeteld bij deze eerdere steun het bedrag genoemd in het tweede lid niet overschrijdt.
5. Subsidie op grond van dit hoofdstuk mag niet worden gecumuleerd met subsidie op grond van andere onderdelen van het Waddenfonds voor hetzelfde project.
a. 90 procent van de subsidiabele kosten, indien de subsidieaanvraag een project betreft dat valt onder een of meer van de doelen, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, b of d, van de wet;
b. 40 procent van de subsidiabele kosten indien de subsidieaanvraag een project betreft dat valt onder het doel, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de wet.
2. Projecten komen in aanmerking voor subsidie indien het toe te kennen subsidiebedrag niet hoger is dan:
a. € 200 000 per zelfstandige onderneming;
b. € 100 000 per zelfstandige ondernemer, indien de subsidieaanvrager deel uitmaakt van de sector wegvervoer.
3. De subsidieaanvrager legt bij de subsidieaanvraag een de-minimisverklaring overeenkomstig het model in de bijlagebij deze regeling over. Ingeval van een subsidieaanvraag namens een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, derde lid, legt elke aan het samenwerkingsverband deelnemende onderneming een dergelijke verklaring over.
4. Indien een onderneming in het lopende belastingjaar of in de twee voorgaande belastingjaren enige andere vorm van de-minimissteun heeft ontvangen, dan wordt de subsidie zodanig lager vastgesteld dat de subsidie opgeteld bij deze eerdere steun het bedrag genoemd in het tweede lid niet overschrijdt.
5. Subsidie op grond van dit hoofdstuk mag niet worden gecumuleerd met subsidie op grond van andere onderdelen van het Waddenfonds voor hetzelfde project.