BWBR0022174
Geldig vanaf 2009-07-11
Artikel 1.11
Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds
1. De subsidieontvanger maakt binnen één jaar na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening een aanvang met de uitvoering van het project.
2. De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de Minister voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het project.
3. Aan een ontheffing als bedoeld in het tweede lid kunnen voorschriften worden verbonden.
4. Indien er tussentijds bijzondere omstandigheden optreden die de voortgang van het project substantieel wijzigen of die anderszins belangrijke gevolgen kunnen hebben voor het recht op subsidie, doet de aanvrager hiervan onverwijld mededeling aan de Minister.
2. De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de Minister voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het project.
3. Aan een ontheffing als bedoeld in het tweede lid kunnen voorschriften worden verbonden.
4. Indien er tussentijds bijzondere omstandigheden optreden die de voortgang van het project substantieel wijzigen of die anderszins belangrijke gevolgen kunnen hebben voor het recht op subsidie, doet de aanvrager hiervan onverwijld mededeling aan de Minister.