BWBR0022174
Geldig vanaf 2009-07-11
Artikel 1.9
Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds
1. De Minister wint omtrent de aanvragen waarop niet met toepassing van artikel 1.8afwijzend is beslist het advies in van de Adviescommissie Waddenfonds.
2. De Adviescommissie toetst alle ontvankelijke subsidieaanvragen aan de criteria, genoemd in artikel 7, vierde lid, van de wet. Indien deze gezamenlijk het subsidieplafond, bedoeld in artikel 1.2, vierde lid, overtreffen, rangschikt de Adviescommissie de aanvragen zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naarmate het meer voldoet aan de criteria genoemd in artikel 7, vierde lid, van de wet.
3. De adviezen van de Adviescommissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.
4. De Adviescommissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.
5. De Adviescommissie brengt binnen 8 weken na ontvangst van de ontvankelijke voorstellen haar advies aan de Minister uit.
6. De Minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de Adviescommissie bij te wonen.
7. De Minister voorziet in het secretariaat van de Adviescommissie.
8. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Adviescommissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de Adviescommissie bewaard in het archief van dat Ministerie.
9. De Adviescommissie verstrekt desgevraagd aan de Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
10. De voorzitter en de leden van de Adviescommissie hebben recht op een door de Minister vast te stellen vergoeding.
11. Het advies van de Adviescommissie wordt door de Minister ter beoordeling voorgelegd aan een commissie bestaande uit vertegenwoordigers van de bestuursorganen en organisaties, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet. Het oordeel van deze commissie dient binnen vier weken na het verzoek daartoe ter beschikking van de Minister te worden gesteld.
12. De commissie, bedoeld in het elfde lid, wordt samengesteld door het Regionaal College Waddengebied (RCW).
13. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van de rangschikking van de aanvragen door de Adviescommissie. Op basis van het oordeel van de commissie, bedoeld in het elfde lid, en eventueel na overleg met de Minister(s) wie het mede aangaat, kan de Minister afwijken van deze volgorde.
2. De Adviescommissie toetst alle ontvankelijke subsidieaanvragen aan de criteria, genoemd in artikel 7, vierde lid, van de wet. Indien deze gezamenlijk het subsidieplafond, bedoeld in artikel 1.2, vierde lid, overtreffen, rangschikt de Adviescommissie de aanvragen zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naarmate het meer voldoet aan de criteria genoemd in artikel 7, vierde lid, van de wet.
3. De adviezen van de Adviescommissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.
4. De Adviescommissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.
5. De Adviescommissie brengt binnen 8 weken na ontvangst van de ontvankelijke voorstellen haar advies aan de Minister uit.
6. De Minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de Adviescommissie bij te wonen.
7. De Minister voorziet in het secretariaat van de Adviescommissie.
8. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Adviescommissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de Adviescommissie bewaard in het archief van dat Ministerie.
9. De Adviescommissie verstrekt desgevraagd aan de Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
10. De voorzitter en de leden van de Adviescommissie hebben recht op een door de Minister vast te stellen vergoeding.
11. Het advies van de Adviescommissie wordt door de Minister ter beoordeling voorgelegd aan een commissie bestaande uit vertegenwoordigers van de bestuursorganen en organisaties, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet. Het oordeel van deze commissie dient binnen vier weken na het verzoek daartoe ter beschikking van de Minister te worden gesteld.
12. De commissie, bedoeld in het elfde lid, wordt samengesteld door het Regionaal College Waddengebied (RCW).
13. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van de rangschikking van de aanvragen door de Adviescommissie. Op basis van het oordeel van de commissie, bedoeld in het elfde lid, en eventueel na overleg met de Minister(s) wie het mede aangaat, kan de Minister afwijken van deze volgorde.