BWBR0022174
Geldig vanaf 2009-07-11
Artikel 1.4
Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds
1. De aanvraag tot subsidieverlening wordt gericht aan de Minister en binnen de aanvraagperiode ingediend bij de uitvoeringsorganisatie, met gebruikmaking van een daartoe ter beschikking gesteld aanvraagformulier.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan waarin onder andere zo nauwkeurig mogelijk is opgenomen:
a. de titel en een beschrijving van het project en de verdiensten daarvan voor een of meer van de doelstellingen, genoemd in artikel 2, tweede lid, van de wet, een tijdsplanning en beschrijving van de activiteiten en de wijze van uitvoering;
b. een gespecificeerde begroting van de totale kosten en een opgave van de financieringswijze van het project. Indien het een meerjarig project betreft dient de begroting een meerjarenbegroting te zijn met een liquiditeitsplanning per jaar;
c. een omschrijving van projectrisico’s en beheersmaatregelen die de subsidieaanvrager hanteert ter bestrijding daarvan.
3. Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, dient een der deelnemers in het samenwerkingsverband de aanvraag mede namens de andere deelnemers in. De aanvraag gaat vergezeld van de aan het samenwerkingsverband ten grondslag liggende overeenkomst, met daarin in elk geval een overzicht van de aan het samenwerkingsverband deelnemende natuurlijke en rechtspersonen alsmede van de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen tussen de verschillende deelnemers.
4. Indien de aanvraag ingevolge hoofdstuk 3of 4een project betreft ten behoeve waarvan een grote onderneming subsidie aanvraagt, verstrekt de subsidieaanvrager gegevens en bescheiden bij de aanvraag die het stimulerend effect van de subsidie aantonen.
5. Indien de aanvraag een aanvraag ingevolge hoofdstuk 3betreft, verstrekt de subsidieaanvrager gegevens en bescheiden bij de aanvraag waaruit blijkt dat de investeringen ten behoeve van het project verder gaan dan communautaire normen of die bij ontstentenis van communautaire normen het niveau van milieubescherming doen toenemen.
6. De uitvoeringsorganisatie kan de aanvrager verzoeken nadere gegevens en bescheiden te verstrekken, indien zij deze voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk acht. De aanvrager dient de aanvullende informatie binnen twee weken nadat hierom is verzocht te verstrekken.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan waarin onder andere zo nauwkeurig mogelijk is opgenomen:
a. de titel en een beschrijving van het project en de verdiensten daarvan voor een of meer van de doelstellingen, genoemd in artikel 2, tweede lid, van de wet, een tijdsplanning en beschrijving van de activiteiten en de wijze van uitvoering;
b. een gespecificeerde begroting van de totale kosten en een opgave van de financieringswijze van het project. Indien het een meerjarig project betreft dient de begroting een meerjarenbegroting te zijn met een liquiditeitsplanning per jaar;
c. een omschrijving van projectrisico’s en beheersmaatregelen die de subsidieaanvrager hanteert ter bestrijding daarvan.
3. Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, dient een der deelnemers in het samenwerkingsverband de aanvraag mede namens de andere deelnemers in. De aanvraag gaat vergezeld van de aan het samenwerkingsverband ten grondslag liggende overeenkomst, met daarin in elk geval een overzicht van de aan het samenwerkingsverband deelnemende natuurlijke en rechtspersonen alsmede van de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen tussen de verschillende deelnemers.
4. Indien de aanvraag ingevolge hoofdstuk 3of 4een project betreft ten behoeve waarvan een grote onderneming subsidie aanvraagt, verstrekt de subsidieaanvrager gegevens en bescheiden bij de aanvraag die het stimulerend effect van de subsidie aantonen.
5. Indien de aanvraag een aanvraag ingevolge hoofdstuk 3betreft, verstrekt de subsidieaanvrager gegevens en bescheiden bij de aanvraag waaruit blijkt dat de investeringen ten behoeve van het project verder gaan dan communautaire normen of die bij ontstentenis van communautaire normen het niveau van milieubescherming doen toenemen.
6. De uitvoeringsorganisatie kan de aanvrager verzoeken nadere gegevens en bescheiden te verstrekken, indien zij deze voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk acht. De aanvrager dient de aanvullende informatie binnen twee weken nadat hierom is verzocht te verstrekken.