BWBR0022174
Geldig vanaf 2009-07-11
Artikel 1.3
Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds
1. Uitsluitend noodzakelijke, rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen en door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten, zijn subsidiabel, met dien verstande dat ook sprake kan zijn van afschrijvingskosten of kosten voor eigen arbeid.
2. Ingeval in deze regeling is bepaald dat loonkosten in aanmerking komen voor een subsidie:
a. worden de kosten bepaald aan de hand van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de loonstaat van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten; en
b. vallen de kosten van de inzet van ambtenaren slechts onder de subsidiabele kosten voor zover er sprake is van detachering van de betrokken ambtenaren bij het project.
3. Geen subsidie wordt verleend voor:
a. kosten, gemaakt vóór de datum van indiening van de subsidieaanvraag;
b. kosten, gemaakt na de datum van afloop van de subsidieperiode;
c. verrekenbare kosten en belastingen, accijnzen en andere heffingen;
d. boetes, financiële sancties en hiermee samenhangende proceskosten.
4. Ontvangsten of inkomsten die betrekking hebben op een project worden in mindering gebracht op de subsidiabele kosten van het project, behoudens het bepaalde ten aanzien van de subsidiabele kosten in de artikelen 3.4, 3.7, 3.12, 3.15en 4.4.
2. Ingeval in deze regeling is bepaald dat loonkosten in aanmerking komen voor een subsidie:
a. worden de kosten bepaald aan de hand van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de loonstaat van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten; en
b. vallen de kosten van de inzet van ambtenaren slechts onder de subsidiabele kosten voor zover er sprake is van detachering van de betrokken ambtenaren bij het project.
3. Geen subsidie wordt verleend voor:
a. kosten, gemaakt vóór de datum van indiening van de subsidieaanvraag;
b. kosten, gemaakt na de datum van afloop van de subsidieperiode;
c. verrekenbare kosten en belastingen, accijnzen en andere heffingen;
d. boetes, financiële sancties en hiermee samenhangende proceskosten.
4. Ontvangsten of inkomsten die betrekking hebben op een project worden in mindering gebracht op de subsidiabele kosten van het project, behoudens het bepaalde ten aanzien van de subsidiabele kosten in de artikelen 3.4, 3.7, 3.12, 3.15en 4.4.