BWBR0020791
Geldig vanaf 2007-03-20
Artikel 2.4.3
Subsidieregeling ESF 2007–2013
1. Projecten als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onder dhebben voorrang op elkaar naar de mate waarin zij voldoen aan de leden twee tot en met acht. De weging van de leden twee tot en met acht vindt plaats met inachtneming van de in bijlage 2opgenomen scoreverdeling.
2. Projecten die zich richten op werkenden zonder startkwalificatie hebben voorrang op projecten die zich richten op werkenden met startkwalificatie.
3. Projecten die zijn opgezet voor de gehele branche of sector hebben voorrang op projecten die zijn opgezet voor een of meer bedrijven.
4. Projecten waarbij gebruik wordt gemaakt van het instrument Erkenning Verworven Competenties hebben voorrang op projecten waarbij dit instrument niet wordt gebruikt.
5. Projecten die zich richten op jongeren hebben voorrang op projecten die zich richten op personen in de leeftijdscategorie 24 tot en met 44 jaar.
6. Projecten die zich richten op ouderen hebben voorrang op projecten die zich richten op personen in de leeftijdscategorie 24 tot en met 44 jaar.
7. Projecten die zich richten op gedeeltelijk-arbeidsgeschikten hebben voorrang op projecten die zich niet op deze personen richten.
8. Projecten waarbij een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds sectoroverstijgend samenwerkt met een ander Opleidings- en Ontwikkelingsfonds dat door de minister op grond van artikel 4.2als subsidieaanvrager is erkend hebben voorrang op projecten waarbij die samenwerking ontbreekt.
9. Indien toepassing van de in bijlage 2opgenomen scoreverdeling ertoe leidt dat projecten een gelijke score hebben, worden de op die projecten betrekking hebbende subsidieaanvragen in rangorde geplaatst in volgorde van het tijdstip van binnenkomst van de volledige subsidieaanvraag, waarbij de volledige subsidieaanvraag die op een eerder tijdstip door de minister is ontvangen een hogere rangorde heeft dan een volledige subsidieaanvraag die op een later tijdstip is ontvangen.
10. Het eerste tot en met het negende lid zijn niet van toepassing op subsidieaanvragen die op of na 1 januari 2009 worden ingediend.
2. Projecten die zich richten op werkenden zonder startkwalificatie hebben voorrang op projecten die zich richten op werkenden met startkwalificatie.
3. Projecten die zijn opgezet voor de gehele branche of sector hebben voorrang op projecten die zijn opgezet voor een of meer bedrijven.
4. Projecten waarbij gebruik wordt gemaakt van het instrument Erkenning Verworven Competenties hebben voorrang op projecten waarbij dit instrument niet wordt gebruikt.
5. Projecten die zich richten op jongeren hebben voorrang op projecten die zich richten op personen in de leeftijdscategorie 24 tot en met 44 jaar.
6. Projecten die zich richten op ouderen hebben voorrang op projecten die zich richten op personen in de leeftijdscategorie 24 tot en met 44 jaar.
7. Projecten die zich richten op gedeeltelijk-arbeidsgeschikten hebben voorrang op projecten die zich niet op deze personen richten.
8. Projecten waarbij een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds sectoroverstijgend samenwerkt met een ander Opleidings- en Ontwikkelingsfonds dat door de minister op grond van artikel 4.2als subsidieaanvrager is erkend hebben voorrang op projecten waarbij die samenwerking ontbreekt.
9. Indien toepassing van de in bijlage 2opgenomen scoreverdeling ertoe leidt dat projecten een gelijke score hebben, worden de op die projecten betrekking hebbende subsidieaanvragen in rangorde geplaatst in volgorde van het tijdstip van binnenkomst van de volledige subsidieaanvraag, waarbij de volledige subsidieaanvraag die op een eerder tijdstip door de minister is ontvangen een hogere rangorde heeft dan een volledige subsidieaanvraag die op een later tijdstip is ontvangen.
10. Het eerste tot en met het negende lid zijn niet van toepassing op subsidieaanvragen die op of na 1 januari 2009 worden ingediend.