BWBR0020791
Geldig vanaf 2007-03-20
Artikel 1.4
Subsidieregeling ESF 2007–2013
1. Voor het bepalen van het bereiken van het maximaal beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onder a, ten behoeve van projecten voor zover gericht op de doelgroep, bedoeld in artikel 2.1.1, onder b, of het bereiken van het maximaal beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onder c of d, dan wel indien ten behoeve van projecten als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onder a, gericht op de doelgroep, bedoeld in artikel 2.1.1, onder b, of projecten als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onder c of d, voor een kalenderjaar een maximaal beschikbaar bedrag is vastgesteld, het bereiken van het voor die projecten en voor dat kalenderjaar vastgestelde maximaal beschikbaar bedrag, worden de in een kalenderjaar in een aanvraagtijdvak ingediende subsidieaanvragen met betrekking tot projecten als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onder a, gericht op de doelgroep, bedoeld in artikel 2.1.1, onder b, dan wel de in een kalenderjaar in een aanvraagtijdvak ingediende subsidieaanvragen met betrekking tot projecten als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onder c, door een subsidieaanvrager aan wie op grond van deze regeling niet eerder subsidie voor een project als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onder c, is verleend, dan wel de in een kalenderjaar in een aanvraagtijdvak ingediende subsidieaanvragen met betrekking tot projecten als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onder d, waarvan de subsidieaanvraag op of na 1 januari 2009 is ingediend, in volgorde van tijdstip van ontvangst behandeld, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen.
2. Wanneer de subsidieaanvrager in de gelegenheid is gesteld om zijn onvolledige subsidieaanvraag aan te vullen, geldt als tijdstip van ontvangst het tijdstip van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.
3. Indien volledige toekenning van een subsidieaanvraag zou leiden tot overschrijding van het maximaal beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onder a, ten behoeve van projecten gericht op de doelgroep, bedoeld in artikel 2.1.1, onder b, of het maximaal beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onder c of d, dan wel indien ten behoeve van projecten als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onder a, gericht op de doelgroep, bedoeld in artikel 2.1.1, onder b, of projecten als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onder c of d, voor een kalenderjaar een maximaal beschikbaar bedrag is vastgesteld, het voor die projecten en dat kalenderjaar vastgestelde maximaal beschikbaar bedrag, wordt de subsidieaanvraag geheel afgewezen.
4. Met betrekking tot de verdeling van het maximaal beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onder a, ten behoeve van projecten gericht op de doelgroep, bedoeld in artikel 2.1.1, onder b, hebben subsidieaanvragen van een college van burgemeester en wethouders voorrang op subsidieaanvragen van het UWV of van een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds en hebben subsidieaanvragen van het UWV voorrang op subsidieaanvragen van een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds.
2. Wanneer de subsidieaanvrager in de gelegenheid is gesteld om zijn onvolledige subsidieaanvraag aan te vullen, geldt als tijdstip van ontvangst het tijdstip van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.
3. Indien volledige toekenning van een subsidieaanvraag zou leiden tot overschrijding van het maximaal beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onder a, ten behoeve van projecten gericht op de doelgroep, bedoeld in artikel 2.1.1, onder b, of het maximaal beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onder c of d, dan wel indien ten behoeve van projecten als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onder a, gericht op de doelgroep, bedoeld in artikel 2.1.1, onder b, of projecten als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onder c of d, voor een kalenderjaar een maximaal beschikbaar bedrag is vastgesteld, het voor die projecten en dat kalenderjaar vastgestelde maximaal beschikbaar bedrag, wordt de subsidieaanvraag geheel afgewezen.
4. Met betrekking tot de verdeling van het maximaal beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onder a, ten behoeve van projecten gericht op de doelgroep, bedoeld in artikel 2.1.1, onder b, hebben subsidieaanvragen van een college van burgemeester en wethouders voorrang op subsidieaanvragen van het UWV of van een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds en hebben subsidieaanvragen van het UWV voorrang op subsidieaanvragen van een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds.