BWBR0020791
Geldig vanaf 2007-03-20
Artikel 2.4.2
Subsidieregeling ESF 2007–2013
1. Een project als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, onder d, komt slechts voor subsidie in aanmerking indien:
a. het project past binnen het doel, bedoeld in artikel 2.4.1;
b. het project past binnen het doel dat is opgenomen in de statuten van het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds dat het project uitvoert of doet uitvoeren, dan wel, indien in het kader van het project wordt samengewerkt met een ander Opleidings- en Ontwikkelingsfonds dat door de minister op grond van artikel 4.2 als subsidieaanvrager is erkend, en het project niet past binnen het doel dat is opgenomen in de statuten van het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds dat de subsidieaanvraag indient, in ieder geval past binnen het doel dat is opgenomen in de statuten van dat andere door de minister erkende Opleidings- en Ontwikkelingsfonds;
c. het project een duur van ten hoogste 12 maanden heeft;
d. het project gericht is op een in het CREBO opgenomen opleiding, dan wel op een daarmee gelijk te stellen opleiding, die in de branche als extra kwalificatie voor de arbeidsmarkt wordt erkend, een civiel effect heeft en algemeen toegankelijk is;
e. het project niet mede wordt gefinancierd uit andere structuurfondsen of communautaire initiatieven; en
f. de projectresultaten om niet beschikbaar worden gesteld aan de minister of door hem aangewezen derden.
2. Indien het project wordt uitgevoerd in een branche waarin ten tijde van de subsidieaanvraag blijkens de meest recente CBS-statistiek ‘Banen, Werknemers naar economische activiteit’ tot 50% van de werkenden vrouw is, komt het project slechts voor subsidie in aanmerking indien het percentage vrouwelijke deelnemers aan het project ten minste 5 procentpunt hoger ligt dan het percentage vrouwelijke werkenden in die branche.
3. De Minister kan het tweede lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat dit lid beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing op subsidieaanvragen die op of na 1 januari 2009 worden ingediend.
a. het project past binnen het doel, bedoeld in artikel 2.4.1;
b. het project past binnen het doel dat is opgenomen in de statuten van het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds dat het project uitvoert of doet uitvoeren, dan wel, indien in het kader van het project wordt samengewerkt met een ander Opleidings- en Ontwikkelingsfonds dat door de minister op grond van artikel 4.2 als subsidieaanvrager is erkend, en het project niet past binnen het doel dat is opgenomen in de statuten van het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds dat de subsidieaanvraag indient, in ieder geval past binnen het doel dat is opgenomen in de statuten van dat andere door de minister erkende Opleidings- en Ontwikkelingsfonds;
c. het project een duur van ten hoogste 12 maanden heeft;
d. het project gericht is op een in het CREBO opgenomen opleiding, dan wel op een daarmee gelijk te stellen opleiding, die in de branche als extra kwalificatie voor de arbeidsmarkt wordt erkend, een civiel effect heeft en algemeen toegankelijk is;
e. het project niet mede wordt gefinancierd uit andere structuurfondsen of communautaire initiatieven; en
f. de projectresultaten om niet beschikbaar worden gesteld aan de minister of door hem aangewezen derden.
2. Indien het project wordt uitgevoerd in een branche waarin ten tijde van de subsidieaanvraag blijkens de meest recente CBS-statistiek ‘Banen, Werknemers naar economische activiteit’ tot 50% van de werkenden vrouw is, komt het project slechts voor subsidie in aanmerking indien het percentage vrouwelijke deelnemers aan het project ten minste 5 procentpunt hoger ligt dan het percentage vrouwelijke werkenden in die branche.
3. De Minister kan het tweede lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat dit lid beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing op subsidieaanvragen die op of na 1 januari 2009 worden ingediend.