BWBR0020764
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 4:47
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Bij de berekening van de volatiliteitsaanpassingen bedraagt de historische waarnemingsperiode ten minste één jaar.
2. Voor een financiële onderneming die gebruik maakt van weging of andere methoden in plaats van de historische waarnemingsperiode bedoeld in het eerste lid, bedraagt de feitelijke waarnemingsperiode ten minste één jaar, in die zin dat het gewogen gemiddelde interval tussen de afzonderlijke waarnemingen niet minder dan zes maanden bedraagt.
3. Indien dit naar het oordeel van DNB op grond van een aanmerkelijke toename van de prijsvolatiliteit gerechtvaardigd is, kan DNB een financiële onderneming verplichten om bij de berekening van haar volatiliteitsaanpassingen een kortere waarnemingsperiode te hanteren.
2. Voor een financiële onderneming die gebruik maakt van weging of andere methoden in plaats van de historische waarnemingsperiode bedoeld in het eerste lid, bedraagt de feitelijke waarnemingsperiode ten minste één jaar, in die zin dat het gewogen gemiddelde interval tussen de afzonderlijke waarnemingen niet minder dan zes maanden bedraagt.
3. Indien dit naar het oordeel van DNB op grond van een aanmerkelijke toename van de prijsvolatiliteit gerechtvaardigd is, kan DNB een financiële onderneming verplichten om bij de berekening van haar volatiliteitsaanpassingen een kortere waarnemingsperiode te hanteren.
- Citeren als
- Art. 4:47
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl