BWBR0020421
Geldig vanaf 2025-07-18
Artikel 83a
Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
1. Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling neemt jegens de deelnemers in de beleggingsinstelling de in artikel 12, eerste lid, onderdelen b, d, e, f, alsmede de laatste volzin van het eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde regels in acht.
2. De Autoriteit Financiële Markten neemt bij het toezicht op de naleving van regels, bedoeld in het eerste lid, de ingevolge artikel 12, derde lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde criteria in acht.
3. Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling die een securitisatiepositie heeft die niet langer voldoet aan de voorschriften van verordening (EU) nr. 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot vaststelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie, en tot wijziging van de richtlijnen 2009/65/EG, 2009/138/EGen 2011/61/EU en de verordeningen (EG) nr. 1060/2009en (EU) nr. 648/2012(PbEU 2017, L 347) handelt in het belang van de deelnemers in de beleggingsinstelling en neemt zo nodig corrigerende maatregelen.
2. De Autoriteit Financiële Markten neemt bij het toezicht op de naleving van regels, bedoeld in het eerste lid, de ingevolge artikel 12, derde lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde criteria in acht.
3. Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling die een securitisatiepositie heeft die niet langer voldoet aan de voorschriften van verordening (EU) nr. 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot vaststelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie, en tot wijziging van de richtlijnen 2009/65/EG, 2009/138/EGen 2011/61/EU en de verordeningen (EG) nr. 1060/2009en (EU) nr. 648/2012(PbEU 2017, L 347) handelt in het belang van de deelnemers in de beleggingsinstelling en neemt zo nodig corrigerende maatregelen.