BWBR0020421
Geldig vanaf 2025-07-18
Artikel 168d
Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
1. Op houders van een ontheffing als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/4:3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:3, vierde lid, van de wet</a>voor het als tussenpersoon verrichten van werkzaamheden ten behoeve van een publiekslening blijven gedurende de termijn, bedoeld in artikel 1 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1988van de Commissie van 12 juli 2022 tot verlenging van de overgangsperiode voor het blijven verlenen van crowdfundingdiensten overeenkomstig nationaal recht als bedoeld in artikel 48, lid 1, van Verordening (EU) 2020/1503van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2022, L 273) de artikelen 2a tot en met 2c, 3 en 168a, zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop het Uitvoeringsbesluit verordening Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven in werking is getreden, van toepassing.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder publiekslening verstaan: het anders dan in de uitoefening van het bedrijf van bank en anders dan door het aanbieden van effecten aantrekken of ter beschikking krijgen van opvorderbare gelden van het publiek voor een specifiek bestedingsdoel dat voorafgaand aan het publiek is medegedeeld.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder publiekslening verstaan: het anders dan in de uitoefening van het bedrijf van bank en anders dan door het aanbieden van effecten aantrekken of ter beschikking krijgen van opvorderbare gelden van het publiek voor een specifiek bestedingsdoel dat voorafgaand aan het publiek is medegedeeld.