BWBR0020421
Geldig vanaf 2025-07-18
Artikel 45
Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
1. Een geschilleninstantie voldoet, in aanvulling op de uit de <a href="/wet/BWBR0036550" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting</a>voortvloeiende vereisten, tevens aan de volgende vereisten:
a. de bij die geschilleninstantie aangesloten financiële ondernemingen vormen een groep van voldoende betekenis en veelsoortigheid of er kan aannemelijk gemaakt worden dat dit op korte termijn na erkenning het geval zal zijn;
b. de geschilleninstantie draagt in voldoende mate bij tot het oplossen van geschillen die hun oorsprong vinden in klachten over financiële producten en diensten;
c. de geschilleninstantie beschikt over een adequate financieringssystematiek en realiseert een adequate bezettingsgraad;
d. de implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten en de artikelen 45 tot en met 48f.
2. Aan de aanwijzing van een geschilleninstantie kunnen door Onze Minister voorschriften worden verbonden.
3. Onze Minister kan bij de beoordeling van een aanvraag om te worden aangewezen een uitzondering maken op het eerste lid, onderdeel a, indien de in dat onderdeel bedoelde groep financiële ondernemingen dezelfde financiële producten of financiële diensten aanbiedt en deze niet verweven zijn met andere financiële producten of financiële diensten.
a. de bij die geschilleninstantie aangesloten financiële ondernemingen vormen een groep van voldoende betekenis en veelsoortigheid of er kan aannemelijk gemaakt worden dat dit op korte termijn na erkenning het geval zal zijn;
b. de geschilleninstantie draagt in voldoende mate bij tot het oplossen van geschillen die hun oorsprong vinden in klachten over financiële producten en diensten;
c. de geschilleninstantie beschikt over een adequate financieringssystematiek en realiseert een adequate bezettingsgraad;
d. de implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten en de artikelen 45 tot en met 48f.
2. Aan de aanwijzing van een geschilleninstantie kunnen door Onze Minister voorschriften worden verbonden.
3. Onze Minister kan bij de beoordeling van een aanvraag om te worden aangewezen een uitzondering maken op het eerste lid, onderdeel a, indien de in dat onderdeel bedoelde groep financiële ondernemingen dezelfde financiële producten of financiële diensten aanbiedt en deze niet verweven zijn met andere financiële producten of financiële diensten.