BWBR0020421
Geldig vanaf 2025-07-18
Artikel 11k
Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
1. Onze Minister brengt de kosten die verband houden met de uitvoering van de krachtens <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/4:9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:9, vierde lid, van de wet</a>, gestelde regels in rekening bij exameninstituten als bedoeld in artikel 4:9, vierde lid, van de wet.
2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van de centrale examenbank;
b. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van de examenvragen;
c. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van het informatiesysteem, bedoeld in artikel 4:9a, eerste lid, van de wet;
d. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van de eindtermen en toetstermen, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, en artikel 11, vijfde en zesde lid;
e. kosten die verband houden met de controle op een ordelijk verloop van de afname van examens;
f. kosten die verband houden met het faciliteren van inzage in gemaakte examens;
g. kosten die verband houden met de behandeling van klachten die betrekking hebben op de inhoud van de examens.
3. Bij ministeriële regeling wordt het tarief vastgesteld dat per examen in rekening wordt gebracht in verband met de in het eerste lid bedoelde kosten. Voorts kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de in het eerste lid genoemde kosten in rekening worden gebracht of worden verrekend.
4. De aanvrager van een erkenning als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, is voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de erkenning van het exameninstituut of voor de aanmelding van een additionele examenlocatie een bij ministeriële regeling vastgesteld tarief verschuldigd.
2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van de centrale examenbank;
b. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van de examenvragen;
c. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van het informatiesysteem, bedoeld in artikel 4:9a, eerste lid, van de wet;
d. kosten die verband houden met de ontwikkeling en het beheer van de eindtermen en toetstermen, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, en artikel 11, vijfde en zesde lid;
e. kosten die verband houden met de controle op een ordelijk verloop van de afname van examens;
f. kosten die verband houden met het faciliteren van inzage in gemaakte examens;
g. kosten die verband houden met de behandeling van klachten die betrekking hebben op de inhoud van de examens.
3. Bij ministeriële regeling wordt het tarief vastgesteld dat per examen in rekening wordt gebracht in verband met de in het eerste lid bedoelde kosten. Voorts kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de in het eerste lid genoemde kosten in rekening worden gebracht of worden verrekend.
4. De aanvrager van een erkenning als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, is voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de erkenning van het exameninstituut of voor de aanmelding van een additionele examenlocatie een bij ministeriële regeling vastgesteld tarief verschuldigd.