BWBR0019615
Geldig vanaf 2006-04-30
Artikel 2
Regeling Inspectie van het onderwijs 2006
1. De inspectie richt haar werkzaamheden in op basis van een jaarwerkplan als bedoeld in artikel 7 van de Wet op het onderwijstoezicht.
2. In het jaarwerkplan wordt in ieder geval een relatie gelegd met de onderscheiden beleidsgebieden waaraan de inspectie in het onderwijsverslag van het betreffende kalenderjaar specifieke aandacht zal besteden.
3. Over de inhoud van het jaarwerkplan pleegt de inspectie overleg met de minister. Ten behoeve van dit overleg legt de inspectie de minister jaarlijks voor 1 juli een concept-jaarwerkplan voor.
4. De inspectie stelt jaarlijks voor 1 oktober het jaarwerkplan vast. Het jaarwerkplan behoeft de goedkeuring van de minister en, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijk omgeving, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
5. De minister kan de inspectie opdragen aanvullende werkzaamheden te verrichten. In overleg met de inspectie wordt zo nodig bezien wat de gevolgen daarvan zijn voor de uitvoering van het jaarwerkplan.
6. De minister zendt het jaarwerkplan van de inspectie en wijzigingen van het jaarwerkplan aan de Staten-Generaal.
2. In het jaarwerkplan wordt in ieder geval een relatie gelegd met de onderscheiden beleidsgebieden waaraan de inspectie in het onderwijsverslag van het betreffende kalenderjaar specifieke aandacht zal besteden.
3. Over de inhoud van het jaarwerkplan pleegt de inspectie overleg met de minister. Ten behoeve van dit overleg legt de inspectie de minister jaarlijks voor 1 juli een concept-jaarwerkplan voor.
4. De inspectie stelt jaarlijks voor 1 oktober het jaarwerkplan vast. Het jaarwerkplan behoeft de goedkeuring van de minister en, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijk omgeving, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
5. De minister kan de inspectie opdragen aanvullende werkzaamheden te verrichten. In overleg met de inspectie wordt zo nodig bezien wat de gevolgen daarvan zijn voor de uitvoering van het jaarwerkplan.
6. De minister zendt het jaarwerkplan van de inspectie en wijzigingen van het jaarwerkplan aan de Staten-Generaal.