BWBR0019615
Geldig vanaf 2006-04-30
Artikel 12
Regeling Inspectie van het onderwijs 2006
1. De secretaris-generaal en de inspecteur-generaal van het onderwijs maken jaarlijks voor 1 november een managementafspraak.
2. In de managementafspraak wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
a. de bedrijfsvoering in relatie tot de taakuitoefening door de inspectie;
b. de hoofdlijnen van de uitoefening van het toezicht door de inspectie;
c. de toekenning van het budget aan en de besteding van middelen door de inspectie, aansluitend bij de werkzaamheden uit het jaarwerkplan;
d. de risico’s die door de inspectie gelopen worden en de wijze waarop de inspectie deze risico’s afdekt;
e. de managementrapportages;
f. het jaarverslag en de jaarrekening.
3. De verhouding tussen de managementafspraak en het jaarwerkplan als bedoeld in artikel 2is zodanig dat inzicht bestaat in de relatie tussen de afzonderlijke inspectieproducten en de bedrijfsvoering.
4. De werkzaamheden uit het jaarwerkplan, inclusief aanvullende werkzaamheden op verzoek van de minister, dienen binnen de voor de inspectie opgenomen gelden in de rijksbegroting voor het ministerie te worden uitgevoerd, tenzij andere afspraken zijn gemaakt met de secretaris-generaal.
5. De inspectie besteedt de beschikbaar gestelde budgetten naar eigen inzicht, met inachtneming van de Comptabiliteitswet, de voor het ministerie geldende interne regelingen en, indien van toepassing, specifieke afspraken die daarover met de inspectie zijn gemaakt.
6. De managementafspraak en de managementrapportages vormen de basis voor het regulier overleg tussen de secretaris-generaal en de inspecteur-generaal als bedoeld in artikel 15, tweede lid.
2. In de managementafspraak wordt in ieder geval aandacht besteed aan:
a. de bedrijfsvoering in relatie tot de taakuitoefening door de inspectie;
b. de hoofdlijnen van de uitoefening van het toezicht door de inspectie;
c. de toekenning van het budget aan en de besteding van middelen door de inspectie, aansluitend bij de werkzaamheden uit het jaarwerkplan;
d. de risico’s die door de inspectie gelopen worden en de wijze waarop de inspectie deze risico’s afdekt;
e. de managementrapportages;
f. het jaarverslag en de jaarrekening.
3. De verhouding tussen de managementafspraak en het jaarwerkplan als bedoeld in artikel 2is zodanig dat inzicht bestaat in de relatie tussen de afzonderlijke inspectieproducten en de bedrijfsvoering.
4. De werkzaamheden uit het jaarwerkplan, inclusief aanvullende werkzaamheden op verzoek van de minister, dienen binnen de voor de inspectie opgenomen gelden in de rijksbegroting voor het ministerie te worden uitgevoerd, tenzij andere afspraken zijn gemaakt met de secretaris-generaal.
5. De inspectie besteedt de beschikbaar gestelde budgetten naar eigen inzicht, met inachtneming van de Comptabiliteitswet, de voor het ministerie geldende interne regelingen en, indien van toepassing, specifieke afspraken die daarover met de inspectie zijn gemaakt.
6. De managementafspraak en de managementrapportages vormen de basis voor het regulier overleg tussen de secretaris-generaal en de inspecteur-generaal als bedoeld in artikel 15, tweede lid.