Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
b. secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
c. inspecteur-generaal: de inspecteur-generaal van het onderwijs,
d. inspectie: de Inspectie van het onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het onderwijstoezicht,
e. ministerie: het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
f. instelling: – school als bedoeld in artikel 1 van de Leerplichtwet 1969, artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra en artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
– exameninstelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
– kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen, als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en
– instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 1.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
– school als bedoeld in artikel 1 van de Leerplichtwet 1969, artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra en artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
– exameninstelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
– kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen, als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en
– instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 1.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
g. inspectieproduct: onderwijsverslag als bedoeld in artikel 23, achtste lid, van de Grondwet, of inspectierapport als bedoeld in de artikelen 8, 15, 19 en 20 van de Wet op het onderwijstoezicht,
h. bedrijfsvoering: geheel van activiteiten dat noodzakelijk is voor en samenhangt met: – de personeelsvoorziening en het personeelsbeleid, daaronder begrepen de toepassing van rechtspositionele regelingen,
– de huisvesting,
– de dagelijkse huishoudelijke gang van zaken,
– het inrichten en functioneren van de organisatie,
– de informatievoorziening, daaronder begrepen automatisering, en
– het beheer van de voor deze activiteiten beschikbaar gestelde middelen.
– de personeelsvoorziening en het personeelsbeleid, daaronder begrepen de toepassing van rechtspositionele regelingen,
– de huisvesting,
– de dagelijkse huishoudelijke gang van zaken,
– het inrichten en functioneren van de organisatie,
– de informatievoorziening, daaronder begrepen automatisering, en
– het beheer van de voor deze activiteiten beschikbaar gestelde middelen.
a. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
b. secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
c. inspecteur-generaal: de inspecteur-generaal van het onderwijs,
d. inspectie: de Inspectie van het onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het onderwijstoezicht,
e. ministerie: het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
f. instelling: – school als bedoeld in artikel 1 van de Leerplichtwet 1969, artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra en artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
– exameninstelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
– kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen, als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en
– instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 1.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
– school als bedoeld in artikel 1 van de Leerplichtwet 1969, artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra en artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
– exameninstelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs,
– kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen, als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en
– instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 1.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,
g. inspectieproduct: onderwijsverslag als bedoeld in artikel 23, achtste lid, van de Grondwet, of inspectierapport als bedoeld in de artikelen 8, 15, 19 en 20 van de Wet op het onderwijstoezicht,
h. bedrijfsvoering: geheel van activiteiten dat noodzakelijk is voor en samenhangt met: – de personeelsvoorziening en het personeelsbeleid, daaronder begrepen de toepassing van rechtspositionele regelingen,
– de huisvesting,
– de dagelijkse huishoudelijke gang van zaken,
– het inrichten en functioneren van de organisatie,
– de informatievoorziening, daaronder begrepen automatisering, en
– het beheer van de voor deze activiteiten beschikbaar gestelde middelen.
– de personeelsvoorziening en het personeelsbeleid, daaronder begrepen de toepassing van rechtspositionele regelingen,
– de huisvesting,
– de dagelijkse huishoudelijke gang van zaken,
– het inrichten en functioneren van de organisatie,
– de informatievoorziening, daaronder begrepen automatisering, en
– het beheer van de voor deze activiteiten beschikbaar gestelde middelen.