BWBR0019107
Geldig vanaf 2005-12-06
Artikel 4.7
Regeling beschikbaarstelling ambtenaren aan de Nederlandse Antillen en Aruba
1. De belanghebbende is, onverminderd het bepaalde in artikel 7.2, verplicht de in hoofdstuk 4 bedoelde vergoedingen en de verstrekte voorschotten terug te betalen indien hij om persoonlijke redenen:
a. zijn bestemming niet volgt;
b. de reis naar zijn bestemming moedwillig afbreekt;
c. zijn werkzaamheden aldaar niet aanvaardt; of
d. zijn werkzaamheden aldaar binnen één jaar na aankomst in dat land beëindigt door opzegging.
2. De terugbetaling dient te geschieden naar evenredigheid van het aantal volle maanden – te rekenen vanaf de datum van vertrek naar het land van bestemming – gedurende welke de belanghebbende in een tijdvak van twaalf maanden niet aldaar tewerkgesteld zal zijn geweest.
3. De terugbetalingsplicht geldt ook ten aanzien van de tegemoetkomingen, bedoeld in het eerste lid, die aan de belanghebbende zijn uitgekeerd ten behoeve van zijn gezinsleden indien het betrokken gezinslid korter dan 6 achtereenvolgende maanden met hem in het land van tewerkstelling heeft verbleven. Van deze terugbetalingsplicht kan de belanghebbende worden ontheven indien die kortere duur is veroorzaakt door omstandigheden die, naar het oordeel van de Minister, een eerder vertrek rechtvaardigen. De desbetreffende vergoedingen dienen in het hier bedoelde geval volledig te worden terugbetaald, ongeacht het aantal maanden dat het betrokken gezinslid daadwerkelijk samen met de belanghebbende in gezinsverband in de Nederlandse Antillen of Aruba heeft verbleven.
a. zijn bestemming niet volgt;
b. de reis naar zijn bestemming moedwillig afbreekt;
c. zijn werkzaamheden aldaar niet aanvaardt; of
d. zijn werkzaamheden aldaar binnen één jaar na aankomst in dat land beëindigt door opzegging.
2. De terugbetaling dient te geschieden naar evenredigheid van het aantal volle maanden – te rekenen vanaf de datum van vertrek naar het land van bestemming – gedurende welke de belanghebbende in een tijdvak van twaalf maanden niet aldaar tewerkgesteld zal zijn geweest.
3. De terugbetalingsplicht geldt ook ten aanzien van de tegemoetkomingen, bedoeld in het eerste lid, die aan de belanghebbende zijn uitgekeerd ten behoeve van zijn gezinsleden indien het betrokken gezinslid korter dan 6 achtereenvolgende maanden met hem in het land van tewerkstelling heeft verbleven. Van deze terugbetalingsplicht kan de belanghebbende worden ontheven indien die kortere duur is veroorzaakt door omstandigheden die, naar het oordeel van de Minister, een eerder vertrek rechtvaardigen. De desbetreffende vergoedingen dienen in het hier bedoelde geval volledig te worden terugbetaald, ongeacht het aantal maanden dat het betrokken gezinslid daadwerkelijk samen met de belanghebbende in gezinsverband in de Nederlandse Antillen of Aruba heeft verbleven.