BWBR0019107
Geldig vanaf 2005-12-06
Artikel 3.2
Regeling beschikbaarstelling ambtenaren aan de Nederlandse Antillen en Aruba
1. De belanghebbende heeft gedurende zijn beschikbaarstelling en met inachtneming van het bepaalde in de overige leden van dit artikel aanspraak op de volgende toelagen:
a. een toelage buitenland
b. een verhoging van de toelage buitenland ten behoeve van kinderen;
c. een koerscompensatie;
d. een ADV compensatietoeslag;
2. Voor de vaststelling van de toelage buitenland bedoeld in het eerste lid gelden de volgende bepalingen:
a. De gehuwde belanghebbende die met gezin in de Nederlandse Antillen of Aruba metterwoon is gevestigd, heeft aanspraak op een toelage buitenland bestaande uit: – een éloignement
– een duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor hem geldende standaard netto Nederland, alsmede
– een duurtecorrectie, berekend over het voor hem geldende éloignement.
– een éloignement
– een duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor hem geldende standaard netto Nederland, alsmede
– een duurtecorrectie, berekend over het voor hem geldende éloignement.
b. De gehuwde belanghebbende die zonder zijn gezin in de Nederlandse Antillen of Aruba metterwoon is gevestigd heeft aanspraak op een toelage-buitenland bestaande uit: – een éloignement, bestaande uit een percentage, berekend over het voor hem geldende standaard netto Nederland, en een bedrag, alsmede
– een duurtecorrectie, berekend over het voor hem geldende éloignement.
– een éloignement, bestaande uit een percentage, berekend over het voor hem geldende standaard netto Nederland, en een bedrag, alsmede
– een duurtecorrectie, berekend over het voor hem geldende éloignement.
c. De ongehuwde belanghebbende heeft aanspraak op een toelage-buitenland bestaande uit: – een éloignement
– een duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor hem geldende standaard netto Nederland, alsmede
– een duurtecorrectie, berekend over het voor hem geldende éloignement.
– een éloignement
– een duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor hem geldende standaard netto Nederland, alsmede
– een duurtecorrectie, berekend over het voor hem geldende éloignement.
d. Het hiervoren genoemde éloignement, wordt vastgesteld met toepassing van de tabel in bijlage 1.
3. De gehuwde belanghebbende die met gezin metterwoon is gevestigd in de Nederlandse Antillen of Aruba, heeft – met inachtneming van de leden a tot en met f – aanspraak op een verhoging van zijn toelage buitenland voor ieder kind dat tot zijn gezin behoort, indien:
– ten behoeve van dat kind aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of;
– dat kind de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en aan dat kind een basisbeurs is toegekend dan wel naar het oordeel van de Minister een basisbeurs zou zijn toegekend indien dat kind zijn studie in Nederland zou hebben gevolgd. a. De hiervoor bedoelde aanspraak bestaat voor een kind dat verblijft in het gebied van plaatsing van de belanghebbende, mits dat verblijf uitsluitend het gevolg is van de tewerkstelling aldaar van de belanghebbende en de datum van aankomst van het kind in dat gebied is gelegen omstreeks of na de datum van plaatsing van de belanghebbende in het betreffende gebied. De verhoging bestaat uit een basisbedrag en de duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over een door de Minister vastgesteld bedrag gebaseerd op de gemiddelde kinderbijslag per maand voor de eerste twee kinderen. Die bedragen zijn opgenomen in de tabel in bijlage 1.
b. De hiervoor bedoelde aanspraak bestaat voor een kind dat voor het volgen van onderwijs metterwoon in Nederland verblijft en wiens tijd grotendeels in beslag wordt genomen door of in verband met dat onderwijs. Het bedrag van de verhoging wordt vastgesteld met toepassing van de tabel in bijlage 1.
c. De aanspraak op de verhoging, bedoeld in het derde lid, gaat niet verloren als gevolg van het samenwonen van het kind met het gezin voor een tijdvak van niet langer dan drie maanden, indien aan de voorwaarden die voor het verkrijgen van de aanspraak op die verhoging zijn gesteld, na het samenwonen weer volledig wordt voldaan.
d. Voor een kind waarvoor de aanspraak op kinderbijslag pas ontstaat op de eerste dag van het kwartaal volgende op dat waarin het kind is aangekomen of geboren in het gebied van de tewerkstelling van de belanghebbende, gaat de aanspraak op de verhoging in op de dag van aankomst, onderscheidenlijk van de geboorte, in dat gebied.
e. Indien een aangehuwd of pleegkind pas tijdens de tewerkstelling van de belanghebbende in de Nederlandse Antillen of Aruba tot het gezin van de belanghebbende gaat behoren, gaat de aanspraak op de verhoging van de toelage buitenland in met ingang van de dag waarop het kind tot het gezin gaat behoren.
f. Indien de aanspraak op kinderbijslag, de basisbeurs, of de fictieve basisbeurs, bedoeld in het eerste lid, voor een kind eindigt, vervalt ten aanzien van dat kind de aanspraak op de verhoging met ingang van de dag waarop die verandering plaatsvindt.
a. De hiervoor bedoelde aanspraak bestaat voor een kind dat verblijft in het gebied van plaatsing van de belanghebbende, mits dat verblijf uitsluitend het gevolg is van de tewerkstelling aldaar van de belanghebbende en de datum van aankomst van het kind in dat gebied is gelegen omstreeks of na de datum van plaatsing van de belanghebbende in het betreffende gebied. De verhoging bestaat uit een basisbedrag en de duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over een door de Minister vastgesteld bedrag gebaseerd op de gemiddelde kinderbijslag per maand voor de eerste twee kinderen. Die bedragen zijn opgenomen in de tabel in bijlage 1.
b. De hiervoor bedoelde aanspraak bestaat voor een kind dat voor het volgen van onderwijs metterwoon in Nederland verblijft en wiens tijd grotendeels in beslag wordt genomen door of in verband met dat onderwijs. Het bedrag van de verhoging wordt vastgesteld met toepassing van de tabel in bijlage 1.
c. De aanspraak op de verhoging, bedoeld in het derde lid, gaat niet verloren als gevolg van het samenwonen van het kind met het gezin voor een tijdvak van niet langer dan drie maanden, indien aan de voorwaarden die voor het verkrijgen van de aanspraak op die verhoging zijn gesteld, na het samenwonen weer volledig wordt voldaan.
d. Voor een kind waarvoor de aanspraak op kinderbijslag pas ontstaat op de eerste dag van het kwartaal volgende op dat waarin het kind is aangekomen of geboren in het gebied van de tewerkstelling van de belanghebbende, gaat de aanspraak op de verhoging in op de dag van aankomst, onderscheidenlijk van de geboorte, in dat gebied.
e. Indien een aangehuwd of pleegkind pas tijdens de tewerkstelling van de belanghebbende in de Nederlandse Antillen of Aruba tot het gezin van de belanghebbende gaat behoren, gaat de aanspraak op de verhoging van de toelage buitenland in met ingang van de dag waarop het kind tot het gezin gaat behoren.
f. Indien de aanspraak op kinderbijslag, de basisbeurs, of de fictieve basisbeurs, bedoeld in het eerste lid, voor een kind eindigt, vervalt ten aanzien van dat kind de aanspraak op de verhoging met ingang van de dag waarop die verandering plaatsvindt.
4. De koerscompensatie bedoeld in het eerste lid onder c is een belastingvrije toelage en wordt toegekend indien de administratieve koers van de Nederlands-Antilliaanse gulden/Arubaanse florin hoger is dan € 0,50. De koerscompensatie is gelijk aan het verschil tussen de administratiekoers in de desbetreffende maand en € 0,50, gedeeld door € 0,50 en vervolgens vermenigvuldigd met het in die betreffende maand geldende netto salaris van de belanghebbende.
5. De ADV compensatietoeslag bedoeld in het eerste lid onder d wordt toegekend indien de arbeidsduur van de belanghebbende in de Nederlandse Antillen of Aruba niet overeenkomt met de arbeidsduur van zijn aanstelling in Nederland. Deze toeslag is fiscaal belast en werkt door in de pensioengrondslag.
De ADV compensatietoeslag is gelijk aan 2,5% van het bruto salaris (exclusief eventuele bijkomende toelagen) voor ieder uur dat de arbeidsduur in de Nederlandse Antillen of Aruba meer is dan zijn arbeidsduur in Nederland, en bedraagt niet meer dan 10% van het bruto salaris.
a. een toelage buitenland
b. een verhoging van de toelage buitenland ten behoeve van kinderen;
c. een koerscompensatie;
d. een ADV compensatietoeslag;
2. Voor de vaststelling van de toelage buitenland bedoeld in het eerste lid gelden de volgende bepalingen:
a. De gehuwde belanghebbende die met gezin in de Nederlandse Antillen of Aruba metterwoon is gevestigd, heeft aanspraak op een toelage buitenland bestaande uit: – een éloignement
– een duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor hem geldende standaard netto Nederland, alsmede
– een duurtecorrectie, berekend over het voor hem geldende éloignement.
– een éloignement
– een duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor hem geldende standaard netto Nederland, alsmede
– een duurtecorrectie, berekend over het voor hem geldende éloignement.
b. De gehuwde belanghebbende die zonder zijn gezin in de Nederlandse Antillen of Aruba metterwoon is gevestigd heeft aanspraak op een toelage-buitenland bestaande uit: – een éloignement, bestaande uit een percentage, berekend over het voor hem geldende standaard netto Nederland, en een bedrag, alsmede
– een duurtecorrectie, berekend over het voor hem geldende éloignement.
– een éloignement, bestaande uit een percentage, berekend over het voor hem geldende standaard netto Nederland, en een bedrag, alsmede
– een duurtecorrectie, berekend over het voor hem geldende éloignement.
c. De ongehuwde belanghebbende heeft aanspraak op een toelage-buitenland bestaande uit: – een éloignement
– een duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor hem geldende standaard netto Nederland, alsmede
– een duurtecorrectie, berekend over het voor hem geldende éloignement.
– een éloignement
– een duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over het voor hem geldende standaard netto Nederland, alsmede
– een duurtecorrectie, berekend over het voor hem geldende éloignement.
d. Het hiervoren genoemde éloignement, wordt vastgesteld met toepassing van de tabel in bijlage 1.
3. De gehuwde belanghebbende die met gezin metterwoon is gevestigd in de Nederlandse Antillen of Aruba, heeft – met inachtneming van de leden a tot en met f – aanspraak op een verhoging van zijn toelage buitenland voor ieder kind dat tot zijn gezin behoort, indien:
– ten behoeve van dat kind aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of;
– dat kind de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en aan dat kind een basisbeurs is toegekend dan wel naar het oordeel van de Minister een basisbeurs zou zijn toegekend indien dat kind zijn studie in Nederland zou hebben gevolgd. a. De hiervoor bedoelde aanspraak bestaat voor een kind dat verblijft in het gebied van plaatsing van de belanghebbende, mits dat verblijf uitsluitend het gevolg is van de tewerkstelling aldaar van de belanghebbende en de datum van aankomst van het kind in dat gebied is gelegen omstreeks of na de datum van plaatsing van de belanghebbende in het betreffende gebied. De verhoging bestaat uit een basisbedrag en de duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over een door de Minister vastgesteld bedrag gebaseerd op de gemiddelde kinderbijslag per maand voor de eerste twee kinderen. Die bedragen zijn opgenomen in de tabel in bijlage 1.
b. De hiervoor bedoelde aanspraak bestaat voor een kind dat voor het volgen van onderwijs metterwoon in Nederland verblijft en wiens tijd grotendeels in beslag wordt genomen door of in verband met dat onderwijs. Het bedrag van de verhoging wordt vastgesteld met toepassing van de tabel in bijlage 1.
c. De aanspraak op de verhoging, bedoeld in het derde lid, gaat niet verloren als gevolg van het samenwonen van het kind met het gezin voor een tijdvak van niet langer dan drie maanden, indien aan de voorwaarden die voor het verkrijgen van de aanspraak op die verhoging zijn gesteld, na het samenwonen weer volledig wordt voldaan.
d. Voor een kind waarvoor de aanspraak op kinderbijslag pas ontstaat op de eerste dag van het kwartaal volgende op dat waarin het kind is aangekomen of geboren in het gebied van de tewerkstelling van de belanghebbende, gaat de aanspraak op de verhoging in op de dag van aankomst, onderscheidenlijk van de geboorte, in dat gebied.
e. Indien een aangehuwd of pleegkind pas tijdens de tewerkstelling van de belanghebbende in de Nederlandse Antillen of Aruba tot het gezin van de belanghebbende gaat behoren, gaat de aanspraak op de verhoging van de toelage buitenland in met ingang van de dag waarop het kind tot het gezin gaat behoren.
f. Indien de aanspraak op kinderbijslag, de basisbeurs, of de fictieve basisbeurs, bedoeld in het eerste lid, voor een kind eindigt, vervalt ten aanzien van dat kind de aanspraak op de verhoging met ingang van de dag waarop die verandering plaatsvindt.
a. De hiervoor bedoelde aanspraak bestaat voor een kind dat verblijft in het gebied van plaatsing van de belanghebbende, mits dat verblijf uitsluitend het gevolg is van de tewerkstelling aldaar van de belanghebbende en de datum van aankomst van het kind in dat gebied is gelegen omstreeks of na de datum van plaatsing van de belanghebbende in het betreffende gebied. De verhoging bestaat uit een basisbedrag en de duurtecorrectie, indien deze positief is, berekend over een door de Minister vastgesteld bedrag gebaseerd op de gemiddelde kinderbijslag per maand voor de eerste twee kinderen. Die bedragen zijn opgenomen in de tabel in bijlage 1.
b. De hiervoor bedoelde aanspraak bestaat voor een kind dat voor het volgen van onderwijs metterwoon in Nederland verblijft en wiens tijd grotendeels in beslag wordt genomen door of in verband met dat onderwijs. Het bedrag van de verhoging wordt vastgesteld met toepassing van de tabel in bijlage 1.
c. De aanspraak op de verhoging, bedoeld in het derde lid, gaat niet verloren als gevolg van het samenwonen van het kind met het gezin voor een tijdvak van niet langer dan drie maanden, indien aan de voorwaarden die voor het verkrijgen van de aanspraak op die verhoging zijn gesteld, na het samenwonen weer volledig wordt voldaan.
d. Voor een kind waarvoor de aanspraak op kinderbijslag pas ontstaat op de eerste dag van het kwartaal volgende op dat waarin het kind is aangekomen of geboren in het gebied van de tewerkstelling van de belanghebbende, gaat de aanspraak op de verhoging in op de dag van aankomst, onderscheidenlijk van de geboorte, in dat gebied.
e. Indien een aangehuwd of pleegkind pas tijdens de tewerkstelling van de belanghebbende in de Nederlandse Antillen of Aruba tot het gezin van de belanghebbende gaat behoren, gaat de aanspraak op de verhoging van de toelage buitenland in met ingang van de dag waarop het kind tot het gezin gaat behoren.
f. Indien de aanspraak op kinderbijslag, de basisbeurs, of de fictieve basisbeurs, bedoeld in het eerste lid, voor een kind eindigt, vervalt ten aanzien van dat kind de aanspraak op de verhoging met ingang van de dag waarop die verandering plaatsvindt.
4. De koerscompensatie bedoeld in het eerste lid onder c is een belastingvrije toelage en wordt toegekend indien de administratieve koers van de Nederlands-Antilliaanse gulden/Arubaanse florin hoger is dan € 0,50. De koerscompensatie is gelijk aan het verschil tussen de administratiekoers in de desbetreffende maand en € 0,50, gedeeld door € 0,50 en vervolgens vermenigvuldigd met het in die betreffende maand geldende netto salaris van de belanghebbende.
5. De ADV compensatietoeslag bedoeld in het eerste lid onder d wordt toegekend indien de arbeidsduur van de belanghebbende in de Nederlandse Antillen of Aruba niet overeenkomt met de arbeidsduur van zijn aanstelling in Nederland. Deze toeslag is fiscaal belast en werkt door in de pensioengrondslag.
De ADV compensatietoeslag is gelijk aan 2,5% van het bruto salaris (exclusief eventuele bijkomende toelagen) voor ieder uur dat de arbeidsduur in de Nederlandse Antillen of Aruba meer is dan zijn arbeidsduur in Nederland, en bedraagt niet meer dan 10% van het bruto salaris.