BWBR0019107
Geldig vanaf 2005-12-06
Artikel 3.3
Regeling beschikbaarstelling ambtenaren aan de Nederlandse Antillen en Aruba
1. De aanspraak op de toelagen bedoeld in artikel 3.2 eerste lidontstaat op de dag van aankomst van de belanghebbende in de Nederlandse Antillen respectievelijk Aruba, doch niet eerder dan de datum van beschikbaarstelling.
2. Indien de werkzaamheden in de Nederlandse Antillen of Aruba anders dan wegens dienstredenen worden onderbroken voor een tijdvak van langer dan zestig achtereenvolgende dagen, vervalt de aanspraak op de toelagen bedoeld in de artikelen 3.2, 5.1en 5.2op de dag van vertrek vanaf de laatste (lucht)haven in de Nederlandse Antillen of Aruba.
3. Indien de Minister van oordeel is dat de onderbreking, bedoeld in het tweede lid, noodzakelijk is en de uitgaven in verband met het verblijf van de belanghebbende in de Nederlandse Antillen of Aruba doorlopen, behoudt de belanghebbende – voor zover aan de ter zake geldende voorwaarden wordt voldaan – zijn bestaande aanspraken op de toelagen, bedoeld in de artikelen 3.2, 5.1en 5.2, voor zover deze op hem van toepassing zijn.
4. De aanspraak op de toelagen bedoeld in artikel 3.2 eerste lidvervalt bij beëindiging van de beschikbaarstelling op de dag van vertrek vanaf de laatste (lucht)haven in de Nederlandse Antillen of Aruba, doch niet later dan de datum waarop de beschikbaarstelling is beëindigd.
2. Indien de werkzaamheden in de Nederlandse Antillen of Aruba anders dan wegens dienstredenen worden onderbroken voor een tijdvak van langer dan zestig achtereenvolgende dagen, vervalt de aanspraak op de toelagen bedoeld in de artikelen 3.2, 5.1en 5.2op de dag van vertrek vanaf de laatste (lucht)haven in de Nederlandse Antillen of Aruba.
3. Indien de Minister van oordeel is dat de onderbreking, bedoeld in het tweede lid, noodzakelijk is en de uitgaven in verband met het verblijf van de belanghebbende in de Nederlandse Antillen of Aruba doorlopen, behoudt de belanghebbende – voor zover aan de ter zake geldende voorwaarden wordt voldaan – zijn bestaande aanspraken op de toelagen, bedoeld in de artikelen 3.2, 5.1en 5.2, voor zover deze op hem van toepassing zijn.
4. De aanspraak op de toelagen bedoeld in artikel 3.2 eerste lidvervalt bij beëindiging van de beschikbaarstelling op de dag van vertrek vanaf de laatste (lucht)haven in de Nederlandse Antillen of Aruba, doch niet later dan de datum waarop de beschikbaarstelling is beëindigd.