BWBR0019107
Geldig vanaf 2005-12-06
Artikel 4.6
Regeling beschikbaarstelling ambtenaren aan de Nederlandse Antillen en Aruba
1. De belanghebbende heeft bij beschikbaarstelling en beëindiging van de beschikbaarstelling aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor tijdelijke huisvesting voor hem en zijn gezin wegens:
a. ontruiming van de woning en tijdige verscheping van zijn verhuisboedel en;
b. het ontbreken van passende huisvesting voor hem en zijn gezin bij aankomst in het land van beschikbaarstelling of bij terugkeer in Nederland;
2. De aanspraak op de tegemoetkoming op grond van het eerste lid vervalt indien de Minister, of de Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse overheid heeft voorzien in vervangende woonruimte en de belanghebbende daarvan geen gebruik maakt of indien deze kosten door de Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse overheid worden vergoed.
3. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend voor de noodzakelijke duur van het tijdelijk verblijf doch voor niet langer dan 6 weken, waaronder is inbegrepen de periode waarin de lokale autoriteiten in de tijdelijke huisvesting voorzien.
4. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de noodzakelijk te maken en naar het oordeel van de Minister redelijk te achten kosten voor huisvesting (logies) verhoogd met eventuele toeristenbelasting en verminderd met 15% van de bezoldiging en toelagen van de belanghebbende in de desbetreffende periode. De kosten voor voeding komen niet voor vergoeding in aanmerking.
a. ontruiming van de woning en tijdige verscheping van zijn verhuisboedel en;
b. het ontbreken van passende huisvesting voor hem en zijn gezin bij aankomst in het land van beschikbaarstelling of bij terugkeer in Nederland;
2. De aanspraak op de tegemoetkoming op grond van het eerste lid vervalt indien de Minister, of de Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse overheid heeft voorzien in vervangende woonruimte en de belanghebbende daarvan geen gebruik maakt of indien deze kosten door de Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse overheid worden vergoed.
3. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend voor de noodzakelijke duur van het tijdelijk verblijf doch voor niet langer dan 6 weken, waaronder is inbegrepen de periode waarin de lokale autoriteiten in de tijdelijke huisvesting voorzien.
4. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de noodzakelijk te maken en naar het oordeel van de Minister redelijk te achten kosten voor huisvesting (logies) verhoogd met eventuele toeristenbelasting en verminderd met 15% van de bezoldiging en toelagen van de belanghebbende in de desbetreffende periode. De kosten voor voeding komen niet voor vergoeding in aanmerking.