BWBR0018831
Geldig vanaf 2023-06-03
Artikel 95
Wet verplichte beroepspensioenregeling
1. De pensioenuitvoerder die een verzoek tot waardeoverdracht ontvangt van een gewezen deelnemer waarbij beoogd wordt de waarde over te dragen aan een buitenlandse instelling, meldt dit aan de toezichthouder.
2. Waardeoverdracht aan een buitenlandse instelling is alleen mogelijk wanneer ten genoegen van de toezichthouder wordt aangetoond dat:
a. voldaan wordt aan de in artikel 82, eerste lid, genoemde voorwaarden;
b. de in artikel 83 bedoelde omstandigheden op de overdragende pensioenuitvoerder niet van toepassing zijn;
c. de buitenlandse instelling de pensioenregeling uitvoert waaraan de beroepsgenoot deelneemt;
d. de buitenlandse instelling in het land van vestiging is onderworpen aan een vorm van overheidstoezicht;
e. de vermogens van de instelling en de werkgever juridisch zijn gescheiden door het bestaan van een aparte juridische entiteit van de instelling, door een speciale preferentieregeling ten gunste van pensioengerechtigden of anderszins;
f. voor zover de waarde niet naar een buitenlandse instelling uit een andere lidstaat wordt overgedragen: de mogelijkheden tot afkoop van de overgedragen pensioenaanspraken na de waardeoverdracht niet ruimer zijn dan op basis van deze wet; en
g. de tot verevening gerechtigde echtgenoot, bedoeld in artikel 2 van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, met de waardeoverdracht instemt.
2. Waardeoverdracht aan een buitenlandse instelling is alleen mogelijk wanneer ten genoegen van de toezichthouder wordt aangetoond dat:
a. voldaan wordt aan de in artikel 82, eerste lid, genoemde voorwaarden;
b. de in artikel 83 bedoelde omstandigheden op de overdragende pensioenuitvoerder niet van toepassing zijn;
c. de buitenlandse instelling de pensioenregeling uitvoert waaraan de beroepsgenoot deelneemt;
d. de buitenlandse instelling in het land van vestiging is onderworpen aan een vorm van overheidstoezicht;
e. de vermogens van de instelling en de werkgever juridisch zijn gescheiden door het bestaan van een aparte juridische entiteit van de instelling, door een speciale preferentieregeling ten gunste van pensioengerechtigden of anderszins;
f. voor zover de waarde niet naar een buitenlandse instelling uit een andere lidstaat wordt overgedragen: de mogelijkheden tot afkoop van de overgedragen pensioenaanspraken na de waardeoverdracht niet ruimer zijn dan op basis van deze wet; en
g. de tot verevening gerechtigde echtgenoot, bedoeld in artikel 2 van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, met de waardeoverdracht instemt.