BWBR0018831
Geldig vanaf 2023-06-03
Artikel 21
Wet verplichte beroepspensioenregeling
1. De pensioenuitvoerder stelt een pensioenreglement vast in overeenstemming met de beroepspensioenregeling en de uitvoeringsovereenkomst.
2. In het pensioenreglement worden in ieder geval bepalingen opgenomen betreffende:
a. de beroepsgroep of het deel van de beroepsgroep waarvoor de beroepspensioenregeling geldt;
b. de wijze waarop de pensioenuitvoerder omgaat met inkomende waarden in het kader van waardeoverdracht;
c. de hoogte van de ruilvoet en de opbouwkeuzevoet, bedoeld in artikel 72 en 73, en de afkoopvoet, bedoeld in artikel 78;
d. de kortingsregel, bedoeld in artikel 129;
e. de regels en procedures die gelden ten aanzien van de solidariteitsreserve of de risicodelingsreserve;
f. de risicohouding;
g. de toedelingsregels; en
h. het projectierendement.
2. In het pensioenreglement worden in ieder geval bepalingen opgenomen betreffende:
a. de beroepsgroep of het deel van de beroepsgroep waarvoor de beroepspensioenregeling geldt;
b. de wijze waarop de pensioenuitvoerder omgaat met inkomende waarden in het kader van waardeoverdracht;
c. de hoogte van de ruilvoet en de opbouwkeuzevoet, bedoeld in artikel 72 en 73, en de afkoopvoet, bedoeld in artikel 78;
d. de kortingsregel, bedoeld in artikel 129;
e. de regels en procedures die gelden ten aanzien van de solidariteitsreserve of de risicodelingsreserve;
f. de risicohouding;
g. de toedelingsregels; en
h. het projectierendement.