BWBR0018831
Geldig vanaf 2023-06-03
Artikel 148
Wet verplichte beroepspensioenregeling
1. In aanvulling op artikel 19, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganendraagt de toezichthouder met betrekking tot de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden uit hoofde van deze wet zorg voor een voor de onder toezicht staanden kenbare, transparante en consistente uitvoering.
2. De toezichthouder hanteert bij de uitoefening van zijn taak een vooruitziende en risicogebaseerde benadering.
3. De toezichthouder neemt bij de uitoefening van zijn taak de gevolgen in overweging die zijn besluiten, met name in noodsituaties, kunnen hebben voor de stabiliteit van het financiële stelsel van alle andere betrokken lidstaten, uitgaande van de op het desbetreffende tijdstip beschikbare informatie.
4. Het toezicht omvat een passende combinatie van werkzaamheden op afstand en controles ter plaatse.
2. De toezichthouder hanteert bij de uitoefening van zijn taak een vooruitziende en risicogebaseerde benadering.
3. De toezichthouder neemt bij de uitoefening van zijn taak de gevolgen in overweging die zijn besluiten, met name in noodsituaties, kunnen hebben voor de stabiliteit van het financiële stelsel van alle andere betrokken lidstaten, uitgaande van de op het desbetreffende tijdstip beschikbare informatie.
4. Het toezicht omvat een passende combinatie van werkzaamheden op afstand en controles ter plaatse.