BWBR0018831
Geldig vanaf 2023-06-03
Artikel 113
Wet verplichte beroepspensioenregeling
1. In de statuten van een beroepspensioenfonds worden in ieder geval bepalingen opgenomen betreffende:
a. het doel van het beroepspensioenfonds, waaronder een omschrijving van de werkingssfeer;
b. de bestemming van de middelen van het beroepspensioenfonds;
c. het beheer van het beroepspensioenfonds;
d. de inkomsten van het beroepspensioenfonds;
e. de belegging van de gelden;
f. de wijze waarop de bestuurders worden benoemd en ontslagen;
g. de wijziging van de statuten;
h. de liquidatie van het beroepspensioenfonds, waaronder begrepen de verplichtingen van de liquidateuren en de bestemming van de bezittingen van het beroepspensioenfonds;
i. de wijze waarop het intern toezicht is georganiseerd;
j. de wijze waarop de leden van de raad van toezicht dan wel de visitatiecommissie worden benoemd en ontslagen;
k. de toepassing van artikel 110b, derde lid; en
l. de wijze waarop de leden van het verantwoordingsorgaan worden benoemd en ontslagen.
2. De omschrijving van de werkingssfeer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vindt plaats door het omschrijven van de activiteiten van de beroepsgroep.
a. het doel van het beroepspensioenfonds, waaronder een omschrijving van de werkingssfeer;
b. de bestemming van de middelen van het beroepspensioenfonds;
c. het beheer van het beroepspensioenfonds;
d. de inkomsten van het beroepspensioenfonds;
e. de belegging van de gelden;
f. de wijze waarop de bestuurders worden benoemd en ontslagen;
g. de wijziging van de statuten;
h. de liquidatie van het beroepspensioenfonds, waaronder begrepen de verplichtingen van de liquidateuren en de bestemming van de bezittingen van het beroepspensioenfonds;
i. de wijze waarop het intern toezicht is georganiseerd;
j. de wijze waarop de leden van de raad van toezicht dan wel de visitatiecommissie worden benoemd en ontslagen;
k. de toepassing van artikel 110b, derde lid; en
l. de wijze waarop de leden van het verantwoordingsorgaan worden benoemd en ontslagen.
2. De omschrijving van de werkingssfeer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vindt plaats door het omschrijven van de activiteiten van de beroepsgroep.