BWBR0018458
Geldig vanaf 2005-08-05
Artikel 9
Besluit luchtkwaliteit 2005
1. Wanneer uit vaststelling van de luchtverontreiniging ingevolge artikel 26of een verslag ingevolge artikel 32blijkt dat een plandrempel als bedoeld in de artikelen 16, 17en 24wordt overschreden, stellen burgemeester en wethouders een actieplan vast, waarin wordt aangegeven op welke wijze op die plaatsen voldaan zal worden aan de grenswaarden voor de betreffende stof, binnen de voor die waarden gestelde termijnen.
2. Op de voorbereiding van een plan als bedoeld in het eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de uitvoering van het actieplan.
4. Gedeputeerde staten, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en andere bestuursorganen die maatregelen als bedoeld in artikel 8kunnen treffen, leveren op verzoek van burgemeester en wethouders een bijdrage aan het opstellen en uitvoeren van een plan als bedoeld in het eerste lid. Daarbij geven de betreffende bestuursorganen in het plan gemotiveerd rekenschap van het al dan niet treffen van maatregelen. Omtrent het opstellen en uitvoeren van het actieplan bevorderen burgemeester en wethouders overleg met de betreffende bestuursorganen.
5. Burgemeester en wethouders stellen gedeputeerde staten in kennis van een actieplan als bedoeld in het eerste lid, voor 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarin de overschrijding van de betrokken plandrempels met inachtneming van de in de artikelen 26en 32gestelde regels is vastgesteld en gerapporteerd.
6. Burgemeester en wethouders stellen gedeputeerde staten eenmaal in de drie jaar voor 1 mei van het op die periode volgende jaar in kennis van de voortgang van de uitvoering van het in het eerste lid bedoelde actieplan.
7. Gedeputeerde staten stellen Onze Minister voor 1 juli van het jaar, bedoeld in het vijfde lid, in kennis van de ingevolge dat lid ontvangen actieplannen.
8. Gedeputeerde staten stellen Onze Minister eenmaal in de drie jaar voor 1 juli van het op die periode volgende jaar in kennis van de voortgang van de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde actieplannen.
2. Op de voorbereiding van een plan als bedoeld in het eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
3. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de uitvoering van het actieplan.
4. Gedeputeerde staten, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en andere bestuursorganen die maatregelen als bedoeld in artikel 8kunnen treffen, leveren op verzoek van burgemeester en wethouders een bijdrage aan het opstellen en uitvoeren van een plan als bedoeld in het eerste lid. Daarbij geven de betreffende bestuursorganen in het plan gemotiveerd rekenschap van het al dan niet treffen van maatregelen. Omtrent het opstellen en uitvoeren van het actieplan bevorderen burgemeester en wethouders overleg met de betreffende bestuursorganen.
5. Burgemeester en wethouders stellen gedeputeerde staten in kennis van een actieplan als bedoeld in het eerste lid, voor 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarin de overschrijding van de betrokken plandrempels met inachtneming van de in de artikelen 26en 32gestelde regels is vastgesteld en gerapporteerd.
6. Burgemeester en wethouders stellen gedeputeerde staten eenmaal in de drie jaar voor 1 mei van het op die periode volgende jaar in kennis van de voortgang van de uitvoering van het in het eerste lid bedoelde actieplan.
7. Gedeputeerde staten stellen Onze Minister voor 1 juli van het jaar, bedoeld in het vijfde lid, in kennis van de ingevolge dat lid ontvangen actieplannen.
8. Gedeputeerde staten stellen Onze Minister eenmaal in de drie jaar voor 1 juli van het op die periode volgende jaar in kennis van de voortgang van de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde actieplannen.