BWBR0018458
Geldig vanaf 2005-08-05
Artikel 32
Besluit luchtkwaliteit 2005
1. Burgemeester en wethouders doen van een inventarisatie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, voor 1 mei van het jaar waarin die inventarisatie is verricht, aan gedeputeerde staten schriftelijk verslag.
2. Burgemeester en wethouders doen op basis van de vaststelling van de luchtverontreiniging door stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM 10), koolmonoxide en benzeen bedoeld in artikel 26, tweede, derde, vierde of zesde lid, voor 1 mei van het jaar waarin de vaststelling heeft plaatsgevonden aan gedeputeerde staten schriftelijk verslag van:
a. de plaatsen waar overschrijding van de in de artikelen 15, 20, 22 en 23 genoemde grenswaarden is opgetreden, alsmede van de hoogte van de luchtverontreiniging op die plaatsen;
b. de plaatsen waar overschrijding van de in de artikelen 16 en 17 genoemde plandrempels voor stikstofdioxide, onderscheidenlijk de in artikel 24 genoemde plandrempels voor benzeen is opgetreden alsmede van de hoogte van de luchtverontreiniging op die plaatsen;
c. de reden van de overschrijding van de in onderdeel a of b bedoelde grenswaarden of plandrempels;
d. de gebruikte meetmethode, de data waarop of de periode waarin de overschrijding van de in onderdeel a of b bedoelde grenswaarden of plandrempels is opgetreden ingeval de vaststelling van de luchtverontreiniging door middel van metingen is verricht;
e. de aan deze vaststelling ten grondslag liggende gegevens ingeval de vaststelling van de luchtverontreiniging door middel van een andere methode is verricht, en
f. de maatregelen die zij hebben genomen of nog zullen nemen om de in de artikelen 15, 20, 22 en 23 genoemde grenswaarden te bereiken of te handhaven.
3. Indien het tweede lid, onder e, van toepassing is, vermelden burgemeester en wethouders tevens de oppervlakte van de plaatsen, bedoeld in het tweede lid, onder a, in vierkante kilometers of, indien van toepassing, de lengte van wegen in kilometers, alsmede de omvang van de bevolkingsgroep die aan de betreffende concentraties wordt blootgesteld.
2. Burgemeester en wethouders doen op basis van de vaststelling van de luchtverontreiniging door stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM 10), koolmonoxide en benzeen bedoeld in artikel 26, tweede, derde, vierde of zesde lid, voor 1 mei van het jaar waarin de vaststelling heeft plaatsgevonden aan gedeputeerde staten schriftelijk verslag van:
a. de plaatsen waar overschrijding van de in de artikelen 15, 20, 22 en 23 genoemde grenswaarden is opgetreden, alsmede van de hoogte van de luchtverontreiniging op die plaatsen;
b. de plaatsen waar overschrijding van de in de artikelen 16 en 17 genoemde plandrempels voor stikstofdioxide, onderscheidenlijk de in artikel 24 genoemde plandrempels voor benzeen is opgetreden alsmede van de hoogte van de luchtverontreiniging op die plaatsen;
c. de reden van de overschrijding van de in onderdeel a of b bedoelde grenswaarden of plandrempels;
d. de gebruikte meetmethode, de data waarop of de periode waarin de overschrijding van de in onderdeel a of b bedoelde grenswaarden of plandrempels is opgetreden ingeval de vaststelling van de luchtverontreiniging door middel van metingen is verricht;
e. de aan deze vaststelling ten grondslag liggende gegevens ingeval de vaststelling van de luchtverontreiniging door middel van een andere methode is verricht, en
f. de maatregelen die zij hebben genomen of nog zullen nemen om de in de artikelen 15, 20, 22 en 23 genoemde grenswaarden te bereiken of te handhaven.
3. Indien het tweede lid, onder e, van toepassing is, vermelden burgemeester en wethouders tevens de oppervlakte van de plaatsen, bedoeld in het tweede lid, onder a, in vierkante kilometers of, indien van toepassing, de lengte van wegen in kilometers, alsmede de omvang van de bevolkingsgroep die aan de betreffende concentraties wordt blootgesteld.