De
artikelen 115 tot en met 120 van de Tijdelijke referendumwet, zoals die luidde op 31 december 2004 zijn van toepassing, met dien verstande dat:
a. in artikel 115 in plaats van «de aan het referendum onderworpen wet of het aan het referendum onderworpen besluit» wordt gelezen: het verdrag;
b. in artikel 115 in plaats van «de wet of het besluit» wordt gelezen: het verdrag;
c. in onderdeel a van artikel 117 in plaats van «datum van het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 110, onderscheidenlijk het besluit, bedoeld in artikel 112» wordt gelezen: drieënveertigste dag voor de stemming, bedoeld in artikel 8,;
d. in onderdeel d van artikel 117 in plaats van «de wet of het besluit» wordt gelezen: het verdrag;
e. in artikel 118, tweede lid, onderdeel b, in plaats van «datum van het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 110, onderscheidenlijk het besluit, bedoeld in artikel 112,» wordt gelezen: drieënveertigste dag voor de stemming, bedoeld in artikel 8,;
f. in artikel 119, tweede lid, onderdeel b, in plaats van «datum van het koninklijk besluit, bedoeld in artikel 110, onderscheidenlijk het besluit, bedoeld in artikel 112,» wordt gelezen: drieënveertigste dag voor de stemming, bedoeld in artikel 8,;
g. in artikel 119, tweede lid, onderdeel c, in plaats van «artikel 34» wordt gelezen: artikel 6;
h. in artikel 120, eerste lid, in plaats van «een nationaal referendum» wordt gelezen: het referendum;
i. in artikel 120, eerste lid, in plaats van «datum van het in artikel 110 bedoelde koninklijk besluit» wordt gelezen: drieënveertigste dag voor de stemming, bedoeld in artikel 8;
j. in artikel 120, tweede lid, onderdeel a, in plaats van «de aan het referendum onderworpen wet» wordt gelezen: het verdrag.