BWBR0017966
Geldig vanaf 2005-02-04
Artikel 14
Wet raadplegend referendum Europese Grondwet
De artikelen 128 tot en met 131, 133, eerste lid, 134, 135, eerste tot en met derde lid, en 136, onderdelen a tot en met d, van de Tijdelijke referendumwet, zoals die luidde op 31 december 2004 zijn van toepassing, met dien verstande dat:
a. in artikel 129, eerste lid, in plaats van «provincie» wordt gelezen «kieskring» en de woorden «en van de in de artikelen 122 en 125, derde lid, bedoelde aantallen kiesgerechtigden voor het referendum» buiten toepassing blijven;
b. in artikel 131 in plaats van «artikel 126» wordt gelezen: artikel 12;
c. in artikel 135, eerste lid, in plaats van «een nationaal referendum» wordt gelezen: het referendum;
d. in artikel 136, onderdelen a en b, in plaats van «de aan het referendum onderworpen wet of het aan het referendum onderworpen besluit» wordt gelezen: het verdrag.
a. in artikel 129, eerste lid, in plaats van «provincie» wordt gelezen «kieskring» en de woorden «en van de in de artikelen 122 en 125, derde lid, bedoelde aantallen kiesgerechtigden voor het referendum» buiten toepassing blijven;
b. in artikel 131 in plaats van «artikel 126» wordt gelezen: artikel 12;
c. in artikel 135, eerste lid, in plaats van «een nationaal referendum» wordt gelezen: het referendum;
d. in artikel 136, onderdelen a en b, in plaats van «de aan het referendum onderworpen wet of het aan het referendum onderworpen besluit» wordt gelezen: het verdrag.