BWBR0017966
Geldig vanaf 2005-02-04
Artikel 8
Wet raadplegend referendum Europese Grondwet
1. De referendumcommissie stelt zo spoedig mogelijk de dag van de stemming vast, in overeenstemming met Onze Minister. De bekendmaking van het besluit geschiedt door kennisgeving in de Staatscourant.
2. Als dag van de stemming wordt aangewezen:
a. indien het verdrag voor, op of binnen vijf weken na de datum met ingang waarvan de leden van de referendumcommissie zijn benoemd, is of wordt ondertekend voor het Koninkrijk: een woensdag binnen een termijn die aanvangt op de vijfentachtigste dag en eindigt vijf maanden na de datum met ingang waarvan de leden van de referendumcommissie zijn benoemd;
b. indien het verdrag ten minste vijf weken na de datum met ingang waarvan de leden van de referendumcommissie zijn benoemd, wordt ondertekend voor het Koninkrijk: een woensdag binnen een termijn die aanvangt op de vijftigste dag en eindigt vier maanden na de datum waarop het verdrag is ondertekend voor het Koninkrijk.
3. De artikelen 110, derde lid, en 111 van de Tijdelijke referendumwetzijn van toepassing, met dien verstande dat:
a. in artikel 110, derde lid, in plaats van «vier maanden» wordt gelezen: vier dan wel vijf maanden;
b. in artikel 111, eerste lid, in plaats van «artikel 110, tweede lid» wordt gelezen: artikel 8, tweede lid.
2. Als dag van de stemming wordt aangewezen:
a. indien het verdrag voor, op of binnen vijf weken na de datum met ingang waarvan de leden van de referendumcommissie zijn benoemd, is of wordt ondertekend voor het Koninkrijk: een woensdag binnen een termijn die aanvangt op de vijfentachtigste dag en eindigt vijf maanden na de datum met ingang waarvan de leden van de referendumcommissie zijn benoemd;
b. indien het verdrag ten minste vijf weken na de datum met ingang waarvan de leden van de referendumcommissie zijn benoemd, wordt ondertekend voor het Koninkrijk: een woensdag binnen een termijn die aanvangt op de vijftigste dag en eindigt vier maanden na de datum waarop het verdrag is ondertekend voor het Koninkrijk.
3. De artikelen 110, derde lid, en 111 van de Tijdelijke referendumwetzijn van toepassing, met dien verstande dat:
a. in artikel 110, derde lid, in plaats van «vier maanden» wordt gelezen: vier dan wel vijf maanden;
b. in artikel 111, eerste lid, in plaats van «artikel 110, tweede lid» wordt gelezen: artikel 8, tweede lid.