BWBR0017966
Geldig vanaf 2005-02-04
Artikel 26
Wet raadplegend referendum Europese Grondwet
1. De referendumcommissie heeft tot taak:
a. het nemen van het besluit, bedoeld in artikel 8, eerste lid;
b. het vaststellen van een feitelijke samenvatting van het verdrag;
c. het verstrekken van subsidies ten behoeve van maatschappelijke initiatieven die zich ten doel stellen het publieke debat in Nederland over het verdrag dan wel het referendum te bevorderen.
2. De referendumcommissie stelt een regeling vast met betrekking tot:
a. de nadere bepaling van de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt en de wijze van verstrekking;
b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
c. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;
d. de bevoegdheid om besluiten te nemen over subsidieverlening;
e. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
f. de verplichtingen voor de subsidieontvanger, waaronder de rapportage over toepassing van de subsidie;
g. de vaststelling van de subsidie;
h. de betaling van de subsidie en de eventuele verlening van voorschotten en
i. overige onderwerpen die betrekking hebben op de uitvoering van dit hoofdstuk.
3. Het subsidieplafond voor het verstrekken van subsidies als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is € 1 miljoen.
4. In afwijking van artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrechtstelt de referendumcommissie zo spoedig mogelijk na de afwikkeling van de krachtens het eerste lid, onderdeel c, verstrekte subsidies een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid en de doeltreffendheid en de effecten van de subsidies in de praktijk. Het verslag wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.
a. het nemen van het besluit, bedoeld in artikel 8, eerste lid;
b. het vaststellen van een feitelijke samenvatting van het verdrag;
c. het verstrekken van subsidies ten behoeve van maatschappelijke initiatieven die zich ten doel stellen het publieke debat in Nederland over het verdrag dan wel het referendum te bevorderen.
2. De referendumcommissie stelt een regeling vast met betrekking tot:
a. de nadere bepaling van de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt en de wijze van verstrekking;
b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
c. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;
d. de bevoegdheid om besluiten te nemen over subsidieverlening;
e. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
f. de verplichtingen voor de subsidieontvanger, waaronder de rapportage over toepassing van de subsidie;
g. de vaststelling van de subsidie;
h. de betaling van de subsidie en de eventuele verlening van voorschotten en
i. overige onderwerpen die betrekking hebben op de uitvoering van dit hoofdstuk.
3. Het subsidieplafond voor het verstrekken van subsidies als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is € 1 miljoen.
4. In afwijking van artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrechtstelt de referendumcommissie zo spoedig mogelijk na de afwikkeling van de krachtens het eerste lid, onderdeel c, verstrekte subsidies een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid en de doeltreffendheid en de effecten van de subsidies in de praktijk. Het verslag wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.