BWBR0017837
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 51
Wet werk en inkomen kunstenaars
1. Onze Minister vergoedt ten laste van ’s Rijks kas de door de adviserende instelling gemaakte uitvoeringskosten overeenkomstig de krachtens het derde lid, onderdeel a, gestelde regels.
2. De adviserende instelling declareert de in een kalenderjaar gemaakte kosten door middel van een kostenopgave over dat jaar. Deze opgave is voorzien van een verklaring van een registeraccountant of een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie bij de inschrijving in het in artikel 36, eerste lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten bedoelde register een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, derde lid, van die wet.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake:
a. de vergoeding van gemaakte uitvoeringskosten;
b. de wijze en het tijdstip van declareren, alsmede de daarbij door de adviserende instelling nader te verstrekken gegevens;
c. de in het tweede lid bedoelde verklaring en het onderzoek dat resulteert in deze verklaring.
2. De adviserende instelling declareert de in een kalenderjaar gemaakte kosten door middel van een kostenopgave over dat jaar. Deze opgave is voorzien van een verklaring van een registeraccountant of een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie bij de inschrijving in het in artikel 36, eerste lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten bedoelde register een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, derde lid, van die wet.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake:
a. de vergoeding van gemaakte uitvoeringskosten;
b. de wijze en het tijdstip van declareren, alsmede de daarbij door de adviserende instelling nader te verstrekken gegevens;
c. de in het tweede lid bedoelde verklaring en het onderzoek dat resulteert in deze verklaring.