BWBR0017837
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 34
Wet werk en inkomen kunstenaars
1. De kunstenaar van wie kosten van uitkering worden teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het college de inlichtingen te verstrekken die voor terugvordering op grond van dit hoofdstuk van belang zijn.
2. Het college kan de kosten van de uitkering, bedoeld in dit hoofdstuk invorderen bij dwangbevel.
3. De in <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/479g" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het college. Indien het college gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:123" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, door middel van toezending per post aan degene van wie kosten van uitkering worden teruggevorderd.
4. Zolang de kunstenaar zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, niet of niet behoorlijk nakomt:
a. is het college, in afwijking van artikel 4.93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot verrekening voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn;
b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij invordering van kosten van uitkering bij dwangbevel.
5. Terugvordering van kosten van uitkering als bedoeld in dit hoofdstuk is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen in <a href="/wet/BWBR0005291/artikel/288" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek</a>omschreven.
2. Het college kan de kosten van de uitkering, bedoeld in dit hoofdstuk invorderen bij dwangbevel.
3. De in <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/479g" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het college. Indien het college gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:123" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, door middel van toezending per post aan degene van wie kosten van uitkering worden teruggevorderd.
4. Zolang de kunstenaar zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, niet of niet behoorlijk nakomt:
a. is het college, in afwijking van artikel 4.93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot verrekening voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn;
b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij invordering van kosten van uitkering bij dwangbevel.
5. Terugvordering van kosten van uitkering als bedoeld in dit hoofdstuk is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen in <a href="/wet/BWBR0005291/artikel/288" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek</a>omschreven.