BWBR0017837
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 15
Wet werk en inkomen kunstenaars
1. De uitkering bedraagt per kalendermaand voor:
a. een alleenstaande: € 648,04 per 1 juli 2011: € 745,39;
b. een alleenstaande ouder: € 828,31 per 1 juli 2011: € 1034,28;
c. gehuwden: € 954,73 per 1 juli 2011: € 1.103,51.
2. Indien de echtgenoot van de kunstenaar in een omstandigheid verkeert als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, b, c of d, wordt de hoogte van de uitkering vastgesteld op het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder.
3. Vooruitlopend op de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 16, kan op de uitkering het inkomen van de kunstenaar of zijn gezin in mindering worden gebracht, voorzover de som van het bedrag, genoemd in het eerste lid, en het inkomen in een kalendermaand waarin recht op uitkering bestaat, meer bedraagt dan het bedrag genoemd in artikel 16, tweede lid, onderdeel b.
a. een alleenstaande: € 648,04 per 1 juli 2011: € 745,39;
b. een alleenstaande ouder: € 828,31 per 1 juli 2011: € 1034,28;
c. gehuwden: € 954,73 per 1 juli 2011: € 1.103,51.
2. Indien de echtgenoot van de kunstenaar in een omstandigheid verkeert als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, b, c of d, wordt de hoogte van de uitkering vastgesteld op het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder.
3. Vooruitlopend op de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 16, kan op de uitkering het inkomen van de kunstenaar of zijn gezin in mindering worden gebracht, voorzover de som van het bedrag, genoemd in het eerste lid, en het inkomen in een kalendermaand waarin recht op uitkering bestaat, meer bedraagt dan het bedrag genoemd in artikel 16, tweede lid, onderdeel b.