BWBR0017558
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 66
Regeling GLB-inkomenssteun
1. Landbouwers die op het moment van de aanvraag van premie voor ooien of zoogkoeien beschikken over minimaal 50 ooien, respectievelijk 10 zoogkoeien, en die aantonen dat zij ten behoeve van de uitbreiding van de voor de schapenhouderij, respectievelijk zoogkoeienhouderij, te gebruiken grond een deel van door andere landbouwers voor de schapenhouderij, respectievelijk voor de zoogkoeienhouderij, gebruikte grond hebben verworven, waardoor een minimum bedrijfsomvang van ten minste 60 nge’s is ontstaan, komen in aanmerking voor de toekenning van specifieke premierechten op voorwaarde dat:
a. zij de grond tussen het begin van de aanvraagperiode van het kalenderjaar 2004 en de eerste dag van de aanvraagperiode in het betrokken kalenderjaar in eigendom of in vruchtgebruik hebben verkregen, op basis van een door de grondkamer goedgekeurd of geregistreerd pachtcontract hebben gepacht dan wel in erfpacht hebben,
b. de verworven grond direct voorafgaand aan de verwerving reeds voor ten minste twee jaar ten behoeve van de schapenhouderij, respectievelijk de zoogkoeienhouderij in gebruik is geweest, en
c. de verworven grond een omvang van tenminste 5 hectare heeft.
2. De toekenning, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt op basis van de volgende formule: aantal hectaren van de verworven grond vermenigvuldigd met 12, indien het ooien betreft en, indien het zoogkoeien betreft, vermenigvuldigd met 1,8.
a. zij de grond tussen het begin van de aanvraagperiode van het kalenderjaar 2004 en de eerste dag van de aanvraagperiode in het betrokken kalenderjaar in eigendom of in vruchtgebruik hebben verkregen, op basis van een door de grondkamer goedgekeurd of geregistreerd pachtcontract hebben gepacht dan wel in erfpacht hebben,
b. de verworven grond direct voorafgaand aan de verwerving reeds voor ten minste twee jaar ten behoeve van de schapenhouderij, respectievelijk de zoogkoeienhouderij in gebruik is geweest, en
c. de verworven grond een omvang van tenminste 5 hectare heeft.
2. De toekenning, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt op basis van de volgende formule: aantal hectaren van de verworven grond vermenigvuldigd met 12, indien het ooien betreft en, indien het zoogkoeien betreft, vermenigvuldigd met 1,8.