BWBR0017558
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 85
Regeling GLB-inkomenssteun
1. Landbouwers die ooien aanhouden en zijn gevestigd in een probleemgebied, komen in aanmerking voor een aanvullende premie per ooi als bedoeld in artikel 114 van verordening 1782/2003.
2. Landbouwers die ooien aanhouden worden beschouwd als gevestigd in een probleemgebied indien tenminste 50% van de oppervlakte cultuurgrond van het bedrijf van de landbouwer in een probleemgebied is gelegen.
3. Om in aanmerking te komen voor een aanvullende premie als bedoeld in het eerste lid, voegt de landbouwer bij zijn premieaanvraag een specifieke aangifte als bedoeld in artikel 72, tweede lid, van verordening 1973/2004.
4. Uit de specifieke aangifte, bedoeld in het derde lid, blijkt de ligging van alle gronden die tot het bedrijf van de landbouwer behoren alsmede de oppervlakte die in een probleemgebied is gelegen.
2. Landbouwers die ooien aanhouden worden beschouwd als gevestigd in een probleemgebied indien tenminste 50% van de oppervlakte cultuurgrond van het bedrijf van de landbouwer in een probleemgebied is gelegen.
3. Om in aanmerking te komen voor een aanvullende premie als bedoeld in het eerste lid, voegt de landbouwer bij zijn premieaanvraag een specifieke aangifte als bedoeld in artikel 72, tweede lid, van verordening 1973/2004.
4. Uit de specifieke aangifte, bedoeld in het derde lid, blijkt de ligging van alle gronden die tot het bedrijf van de landbouwer behoren alsmede de oppervlakte die in een probleemgebied is gelegen.