BWBR0017558
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 84
Regeling GLB-inkomenssteun
1. De landbouwer doet, indien hij de aan te houden ooien dan wel een gedeelte daarvan gaat aanhouden op gronden of in gebouwen als bedoeld in de definitie van bedrijf, bedoeld in artikel 52, eerste lid, onderdeel c, hiervan mededeling in de aanvraag, bedoeld in artikel 60. De mededeling wordt mede ondertekend door de ingebruikgever.
2. Indien de landbouwer gedurende de aanhoudperiode de aan te houden ooien dan wel een gedeelte daarvan alsnog gaat aanhouden op gronden of in gebouwen als bedoeld in het eerste lid, en hij daarvan in de aanvraag, bedoeld in artikel 60, geen mededeling heeft gedaan, stelt hij DR hiervan voorafgaand aan de verplaatsing schriftelijk op de hoogte door middel van een verplaatsingsverklaring, die voldoet aan artikel 60.
3. De landbouwer geeft de gronden of gebouwen waarnaar ingevolge het eerste en tweede lid van het onderhavige artikel wordt verplaatst, aan op een door de landbouwer bij het verplaatsingsformulier dan wel het formulier, bedoeld in artikel 60, gevoegde topografische kaart.
2. Indien de landbouwer gedurende de aanhoudperiode de aan te houden ooien dan wel een gedeelte daarvan alsnog gaat aanhouden op gronden of in gebouwen als bedoeld in het eerste lid, en hij daarvan in de aanvraag, bedoeld in artikel 60, geen mededeling heeft gedaan, stelt hij DR hiervan voorafgaand aan de verplaatsing schriftelijk op de hoogte door middel van een verplaatsingsverklaring, die voldoet aan artikel 60.
3. De landbouwer geeft de gronden of gebouwen waarnaar ingevolge het eerste en tweede lid van het onderhavige artikel wordt verplaatst, aan op een door de landbouwer bij het verplaatsingsformulier dan wel het formulier, bedoeld in artikel 60, gevoegde topografische kaart.