BWBR0017558
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 52
Regeling GLB-inkomenssteun
1. Onverminderd artikel 1, onderdeel k, kan voor de toepassing van dit hoofdstuk geacht worden deel uit maken van het bedrijf van de landbouwer:
a. voederareaal waarover de landbouwer beschikt dat gedeeltelijk in België of Duitsland ligt in de onmiddellijke nabijheid van zijn bedrijf, kan op zijn verzoek geacht worden deel uit te maken van zijn bedrijf,
b. in Nederland gelegen grond die door een terreinbeherende organisatie op basis van een schriftelijke overeenkomst ten minste gedurende 7 maanden met ingang van 31 maart van het jaar waarin premie wordt aangevraagd, aan de landbouwer in gebruik is gegeven, of
c. voor zover het een producent van schapenvlees betreft grond of gebouwen die hij voor de productie van schapenvlees in gebruik heeft op basis van een andere titel dan eigendom, zakelijk gebruiksrecht of pacht, en mits de in artikel 84, eerste lid, bedoelde schriftelijke mededeling door DR is ontvangen.
2. Onder terreinbeherende organisatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een rechtspersoon die gronden in eigendom, vruchtgebruik, erfpacht of pacht heeft en die in voorkomend geval blijkens zijn statuten ten doel heeft deze gronden te beheren uit oogpunt van natuurbeheer.
a. voederareaal waarover de landbouwer beschikt dat gedeeltelijk in België of Duitsland ligt in de onmiddellijke nabijheid van zijn bedrijf, kan op zijn verzoek geacht worden deel uit te maken van zijn bedrijf,
b. in Nederland gelegen grond die door een terreinbeherende organisatie op basis van een schriftelijke overeenkomst ten minste gedurende 7 maanden met ingang van 31 maart van het jaar waarin premie wordt aangevraagd, aan de landbouwer in gebruik is gegeven, of
c. voor zover het een producent van schapenvlees betreft grond of gebouwen die hij voor de productie van schapenvlees in gebruik heeft op basis van een andere titel dan eigendom, zakelijk gebruiksrecht of pacht, en mits de in artikel 84, eerste lid, bedoelde schriftelijke mededeling door DR is ontvangen.
2. Onder terreinbeherende organisatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een rechtspersoon die gronden in eigendom, vruchtgebruik, erfpacht of pacht heeft en die in voorkomend geval blijkens zijn statuten ten doel heeft deze gronden te beheren uit oogpunt van natuurbeheer.