BWBR0017558
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 32
Regeling GLB-inkomenssteun
1. Onder de voorwaarden die voortvloeien uit verordening 1782/2003en de ter uitvoering daarvan vastgestelde Commissieverordeningen, komt de landbouwer die akkerbouwgewassen teelt in aanmerking voor een subsidie voor een perceel bouwland:
a. dat op 15 mei 2003 niet in gebruik was als blijvend grasland, voor blijvende teelten, als bosgrond of voor niet-agrarische doeleinden;
b. dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 0,3 ha heeft;
c. dat is gelegen in 1 productieregio;
d. dat is beteeld met een akkerbouwgewas als bedoeld in bijlage IX van verordening 1782/2003 of uit productie is genomen;
e. dat, indien beteeld met een akkerbouwgewas, is ingezaaid met inachtneming van de volgende minimum hoeveelheden zaad per hectare: i. koolzaad en raapzaad: 4 kg;
ii. zonnebloempitten: 3,5 kg;
iii. sojabonen: 50 kg;
iv. eiwithoudende gewassen: 70 kg;
v. maïs: 15 kg;
vi. boekweit: 25 kg;
vii. kanariezaad: 20 kg;
viii. overige granen: 50 kg;
ix. lijnzaad van ander vlas dan vezelvlas: 30 kg;
x. vezelvlas: 70 kg;
xi. vezelhennep: 25 kg;
xii. vezelhennep voor de productie van zaaizaad: 8 kg;
xiii. quinoa: 3 kg;
xiv. Eragrostis tef: 1 kg.
i. koolzaad en raapzaad: 4 kg;
ii. zonnebloempitten: 3,5 kg;
iii. sojabonen: 50 kg;
iv. eiwithoudende gewassen: 70 kg;
v. maïs: 15 kg;
vi. boekweit: 25 kg;
vii. kanariezaad: 20 kg;
viii. overige granen: 50 kg;
ix. lijnzaad van ander vlas dan vezelvlas: 30 kg;
x. vezelvlas: 70 kg;
xi. vezelhennep: 25 kg;
xii. vezelhennep voor de productie van zaaizaad: 8 kg;
xiii. quinoa: 3 kg;
xiv. Eragrostis tef: 1 kg.
2. De akkerbouwgewassen worden uiterlijk op 31 mei voorafgaand aan de betrokken oogst ingezaaid, met uitzondering van suikermaïs en vezelhennep welke uiterlijk op 15 juni voorafgaand aan de betrokken oogst worden ingezaaid.
3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt als bouwland meegerekend bouwland dat op 15 mei 2003 uit productie is genomen overeenkomstig de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland of bebost is overeenkomstig de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden.
a. dat op 15 mei 2003 niet in gebruik was als blijvend grasland, voor blijvende teelten, als bosgrond of voor niet-agrarische doeleinden;
b. dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 0,3 ha heeft;
c. dat is gelegen in 1 productieregio;
d. dat is beteeld met een akkerbouwgewas als bedoeld in bijlage IX van verordening 1782/2003 of uit productie is genomen;
e. dat, indien beteeld met een akkerbouwgewas, is ingezaaid met inachtneming van de volgende minimum hoeveelheden zaad per hectare: i. koolzaad en raapzaad: 4 kg;
ii. zonnebloempitten: 3,5 kg;
iii. sojabonen: 50 kg;
iv. eiwithoudende gewassen: 70 kg;
v. maïs: 15 kg;
vi. boekweit: 25 kg;
vii. kanariezaad: 20 kg;
viii. overige granen: 50 kg;
ix. lijnzaad van ander vlas dan vezelvlas: 30 kg;
x. vezelvlas: 70 kg;
xi. vezelhennep: 25 kg;
xii. vezelhennep voor de productie van zaaizaad: 8 kg;
xiii. quinoa: 3 kg;
xiv. Eragrostis tef: 1 kg.
i. koolzaad en raapzaad: 4 kg;
ii. zonnebloempitten: 3,5 kg;
iii. sojabonen: 50 kg;
iv. eiwithoudende gewassen: 70 kg;
v. maïs: 15 kg;
vi. boekweit: 25 kg;
vii. kanariezaad: 20 kg;
viii. overige granen: 50 kg;
ix. lijnzaad van ander vlas dan vezelvlas: 30 kg;
x. vezelvlas: 70 kg;
xi. vezelhennep: 25 kg;
xii. vezelhennep voor de productie van zaaizaad: 8 kg;
xiii. quinoa: 3 kg;
xiv. Eragrostis tef: 1 kg.
2. De akkerbouwgewassen worden uiterlijk op 31 mei voorafgaand aan de betrokken oogst ingezaaid, met uitzondering van suikermaïs en vezelhennep welke uiterlijk op 15 juni voorafgaand aan de betrokken oogst worden ingezaaid.
3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt als bouwland meegerekend bouwland dat op 15 mei 2003 uit productie is genomen overeenkomstig de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland of bebost is overeenkomstig de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden.