BWBR0017558
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 36
Regeling GLB-inkomenssteun
1. Een landbouwer neemt per productieregio een zodanige oppervlakte landbouwgrond, die bestaat uit percelen bouwland van tenminste 10 meter breed met elk een oppervlakte van tenminste 0,1 hectare, uit productie dat de desbetreffende oppervlakte ten minste 10% uitmaakt van de oppervlakte die wordt gevormd door de som van:
a. de totale oppervlakte van de percelen bouwland in de desbetreffende productieregio ingezaaid met akkerbouwgewassen waarvoor de landbouwer subsidie aanvraagt, en
b. de totale door de landbouwer voor de desbetreffende productieregio op grond van deze regeling uit productie genomen oppervlakte aan percelen.
2. In afwijking van het eerste lid is het de landbouwer toegestaan grond uit productie te nemen in de andere productieregio dan die waarin de akkerbouwgewassen worden ingezaaid, mits de braak te leggen oppervlakte wordt aangepast om rekening te houden met de opbrengstverschillen tussen de productieregio’s.
3. Voor de uit productie genomen oppervlakte die groter is dan waartoe de landbouwer ingevolge het eerste lid verplicht is, heeft de landbouwer aanspraak op subsidie in het kader van deze regeling.
4. In afwijking van het eerste lid geldt de verplichting tot het uit productie nemen van een oppervlakte niet voor een landbouwer wiens aanvraag betrekking heeft op een kleinere oppervlakte dan die volgens de voor de desbetreffende productieregio of productieregio's vastgestelde opbrengsten nodig is om 92 ton graan te produceren, tenzij
a. het bedrijf van de landbouwer na 30 juni 1992 is gevormd door de splitsing van een bestaand bedrijf, en
b. de splitsing bedoeld in onderdeel a kennelijk voornamelijk tot doel heeft de verplichting bedoeld in het eerste lid te ontgaan.
5. Een landbouwer die is vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, heeft voor de oppervlakte bouwland die hij overeenkomstig het eerste lid uit productie neemt recht op subsidie in het kader van deze regeling.
6. In afwijking van de minimumbreedte genoemd in het eerste lid, is het de landbouwer toegestaan percelen van ten minste 5 meter breed met elk een oppervlakte van ten minste 0,05 hectare, uit productie te nemen, indien zij met de langste zijde grenzen aan oppervlaktewater, onder de navolgende voorwaarden:
a. de percelen worden ingezaaid met een groenbemester overeenkomstig artikel 7;
b. in afwijking van artikel 7, tweede lid, worden op de betrokken percelen in de periode vanaf 15 januari tot en met 30 september: i. geen dierlijke of overige organische meststoffen gebruikt,
ii. geen fytofarmaceutische producten, herbiciden daaronder begrepen, gebruikt, behoudens voor de pleksgewijze bestrijding van onkruid die uit landbouwkundig oogpunt noodzakelijk is.
i. geen dierlijke of overige organische meststoffen gebruikt,
ii. geen fytofarmaceutische producten, herbiciden daaronder begrepen, gebruikt, behoudens voor de pleksgewijze bestrijding van onkruid die uit landbouwkundig oogpunt noodzakelijk is.
a. de totale oppervlakte van de percelen bouwland in de desbetreffende productieregio ingezaaid met akkerbouwgewassen waarvoor de landbouwer subsidie aanvraagt, en
b. de totale door de landbouwer voor de desbetreffende productieregio op grond van deze regeling uit productie genomen oppervlakte aan percelen.
2. In afwijking van het eerste lid is het de landbouwer toegestaan grond uit productie te nemen in de andere productieregio dan die waarin de akkerbouwgewassen worden ingezaaid, mits de braak te leggen oppervlakte wordt aangepast om rekening te houden met de opbrengstverschillen tussen de productieregio’s.
3. Voor de uit productie genomen oppervlakte die groter is dan waartoe de landbouwer ingevolge het eerste lid verplicht is, heeft de landbouwer aanspraak op subsidie in het kader van deze regeling.
4. In afwijking van het eerste lid geldt de verplichting tot het uit productie nemen van een oppervlakte niet voor een landbouwer wiens aanvraag betrekking heeft op een kleinere oppervlakte dan die volgens de voor de desbetreffende productieregio of productieregio's vastgestelde opbrengsten nodig is om 92 ton graan te produceren, tenzij
a. het bedrijf van de landbouwer na 30 juni 1992 is gevormd door de splitsing van een bestaand bedrijf, en
b. de splitsing bedoeld in onderdeel a kennelijk voornamelijk tot doel heeft de verplichting bedoeld in het eerste lid te ontgaan.
5. Een landbouwer die is vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, heeft voor de oppervlakte bouwland die hij overeenkomstig het eerste lid uit productie neemt recht op subsidie in het kader van deze regeling.
6. In afwijking van de minimumbreedte genoemd in het eerste lid, is het de landbouwer toegestaan percelen van ten minste 5 meter breed met elk een oppervlakte van ten minste 0,05 hectare, uit productie te nemen, indien zij met de langste zijde grenzen aan oppervlaktewater, onder de navolgende voorwaarden:
a. de percelen worden ingezaaid met een groenbemester overeenkomstig artikel 7;
b. in afwijking van artikel 7, tweede lid, worden op de betrokken percelen in de periode vanaf 15 januari tot en met 30 september: i. geen dierlijke of overige organische meststoffen gebruikt,
ii. geen fytofarmaceutische producten, herbiciden daaronder begrepen, gebruikt, behoudens voor de pleksgewijze bestrijding van onkruid die uit landbouwkundig oogpunt noodzakelijk is.
i. geen dierlijke of overige organische meststoffen gebruikt,
ii. geen fytofarmaceutische producten, herbiciden daaronder begrepen, gebruikt, behoudens voor de pleksgewijze bestrijding van onkruid die uit landbouwkundig oogpunt noodzakelijk is.