BWBR0016409
Geldig vanaf 2004-04-01
Artikel 8
Tijdelijke regeling eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast
1. Door de Minister wordt op de aanvragen in volgorde van ontvangst beslist, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de datum waarop de aanvraag is aangevuld geldt als datum van ontvangst.
2. De Minister beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.
3. Indien de beslissing niet binnen 13 weken kan worden gegeven, stelt de Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
4. Artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrechtis van overeenkomstige toepassing.
5. Verlening van de uitkering geschiedt onder het voorbehoud van goedkeuring door de Staten-Generaal van de in de begroting van het Infrastructuurfonds opgenomen bedragen voor de uitkering voor het desbetreffende jaar.
2. De Minister beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.
3. Indien de beslissing niet binnen 13 weken kan worden gegeven, stelt de Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
4. Artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrechtis van overeenkomstige toepassing.
5. Verlening van de uitkering geschiedt onder het voorbehoud van goedkeuring door de Staten-Generaal van de in de begroting van het Infrastructuurfonds opgenomen bedragen voor de uitkering voor het desbetreffende jaar.