BWBR0016409
Geldig vanaf 2004-04-01
Artikel 2
Tijdelijke regeling eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast
1. Ter stimulering van de uitvoering van activiteiten met het oog op de bestrijding van regionale wateroverlast, kunnen waterschappen en gemeenten een eenmalige specifieke uitkering verkrijgen als tegemoetkoming in de kosten van een uitvoeringsplan. Zij kunnen aanvragen voor een uitkering indienen bij een door de Minister aangewezen uitvoeringsorganisatie.
2. Indien een waterschap of een gemeente in aanmerking wil komen voor een uitkering, dient een uitvoeringsplan aan de volgende criteria te voldoen:
a. de in het uitvoeringsplan opgenomen projecten dragen in ieder geval bij aan de bestrijding van regionale wateroverlast;
b. de in het uitvoeringsplan opgenomen projecten zijn niet strijdig met de door het provinciaal bestuur vastgestelde deelstroomgebiedsvisie geldend voor de provincie op wier grondgebied de projecten zullen worden uitgevoerd;
c. de in het uitvoeringsplan opgenomen projecten zijn uitgewerkt volgens de drietrapsstrategie vasthouden–bergen–afvoeren;
d. de in het uitvoeringsplan opgenomen projecten zijn afgestemd met de provincie, de gemeente en het waterschap, dan wel de provincies, de gemeenten en de waterschappen, op wier grondgebied de in het uitvoeringsplan opgenomen projecten zullen worden uitgevoerd;
e. de in het uitvoeringsplan opgenomen projecten zijn niet strijdig met het vigerend provinciaal ruimtelijk beleid;
f. een in een uitvoeringsplan opgenomen project dat betrekking heeft op landelijk gebied heeft voor wat betreft het aandeel dat ziet op de bestrijding van regionale wateroverlast een omvang van ten minste € 150.000;
g. een in een uitvoeringsplan opgenomen project dat betrekking heeft op stedelijk gebied heeft voor wat betreft het aandeel dat ziet op de bestrijding van regionale wateroverlast een omvang van ten minste € 50.000;
h. de in een uitvoeringsplan opgenomen projecten hebben een uitvoeringstermijn van niet langer dan vier jaar.
2. Indien een waterschap of een gemeente in aanmerking wil komen voor een uitkering, dient een uitvoeringsplan aan de volgende criteria te voldoen:
a. de in het uitvoeringsplan opgenomen projecten dragen in ieder geval bij aan de bestrijding van regionale wateroverlast;
b. de in het uitvoeringsplan opgenomen projecten zijn niet strijdig met de door het provinciaal bestuur vastgestelde deelstroomgebiedsvisie geldend voor de provincie op wier grondgebied de projecten zullen worden uitgevoerd;
c. de in het uitvoeringsplan opgenomen projecten zijn uitgewerkt volgens de drietrapsstrategie vasthouden–bergen–afvoeren;
d. de in het uitvoeringsplan opgenomen projecten zijn afgestemd met de provincie, de gemeente en het waterschap, dan wel de provincies, de gemeenten en de waterschappen, op wier grondgebied de in het uitvoeringsplan opgenomen projecten zullen worden uitgevoerd;
e. de in het uitvoeringsplan opgenomen projecten zijn niet strijdig met het vigerend provinciaal ruimtelijk beleid;
f. een in een uitvoeringsplan opgenomen project dat betrekking heeft op landelijk gebied heeft voor wat betreft het aandeel dat ziet op de bestrijding van regionale wateroverlast een omvang van ten minste € 150.000;
g. een in een uitvoeringsplan opgenomen project dat betrekking heeft op stedelijk gebied heeft voor wat betreft het aandeel dat ziet op de bestrijding van regionale wateroverlast een omvang van ten minste € 50.000;
h. de in een uitvoeringsplan opgenomen projecten hebben een uitvoeringstermijn van niet langer dan vier jaar.